Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. Bij behoeften van tijdelijken aard, of voor het onder dak brengen van eenvoudige materialen kan men dikwijls goedkoop slagen door het aanbrengen van een afdak (fig. 3a en Sb) tegen een bestaande schuur.

Op elke boerderij is er behoefte aan bergruimte voor brandstoffen. Het afdekken van stapels hout en turf gebeurt meestal primitief. Fig. 4a en 4b geven een eenvoudige afdekking weer, met open wanden om wind en zon vrijen toegang te verleenen voor het nadrogen.

d. Wanneer de werktuigen een groote waarde gaan vertegenwoordigen, en de behoefte ontstaat om ze te beschermen tegen roesten zoowel als tegen kwaadwillig vernielen, kan men afsluitbare loodsen of schuren bouwen. Hoe langer hoe meer worden allerlei machinerieën aangeschaft, die tot dusver slechts onvoldoende werden verzorgd.

Een dergelijke werktuigenloods (fig. 5) behoeft geen groote hoogte, wel een flinke breedte en lengte. De deuren komen in de langsgevels en bij voorkeur op het Oosten. Hoe meer er zijn, hoe beter het is; liefst nog aan beide zijden. Het geeft altijd oponthoud en schade, wanneer, ter wille van een werktuig, dat men noodig heeft en dat achterin staat, eerst alle andere uitgereden moeten worden.

Deze loods vertoont een vlak dak met mastiek-bedekking; hinderlijke tusschenstijlen worden vermeden.

Wanneer een bedekking met pannen wordt toegepast, blijft een zoldering achterwege, maar kan men een balklaag aanbrengen, die op deze manier ook wordt benut. Is namelijk de oogst of de zaai afgeloopen, dan worden wagens, ploegen, eggen, enz. soms maanden lang niet meer gebruikt. Zij krijgen dan een goede beurt, worden zoo mogelijk uit elkaar genomen en op de balken geborgen. Op deze manier bespaart men nog heel wat vloeroppervlak.

Om b.v. de dorschmachine te bergen, kan een deur gemaakt worden in den hoogeren eindgevel, en worden de balken (het kapbint natuurlijk uitgezonderd) plaatselijk weggelaten. De afmetingen van de deuren hangen natuurlijk nauw samen met die van de werktuigen en wagens, welke geborgen moeten worden, en worden. ruim genomen. De kozijnen, wanneer deze aanwezig zijn, worden nog met schoorpalen of steenen beschermd.

Wordt de zolderruimte gebruikt als graanzolder (wat meestal aanbeveling verdient, liever dan boven het woonhuis, hetgeen trouwens uit den tijd geraakt) dan wordt de loods constructief verzwaard, en de wanden van stéenen gebouwd. Een gedeelte van den beganen grond wordt dan ook wel gebruikt als tuigkamer, en ook voor het bergen van brandstoffen.

In allen gevalle moet de wagenremise een plaatsje vinden in de onmiddellijke nabijheid van de paardenstallen; ja, wordt daar voor de paarden wel eens stalling ingeruimd. Het kan dan noodig blijken om op den zolder ook voor de knechts een slaapplaats af te timmeren.

Sluiten