Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of door ze van binnen en buiten te voorzien van in de lengte doorgezaagde posten van rond hout.

b. De vloer.

Het vee moet verzekerd zijn van een droge en warme stand- en ligplaats. De gier moet vlug kunnen worden afgevoerd, ook wegens mogelijke ¬ętikstofverliezen en vervuiling van de stallucht.

De vloer moet waterdicht zijn, vast en vlak. Niet-dichte vloeren kunnen aanleiding geven tot verbreiding van besmettelijke ziekten en bederf van het drinkwater, terwijl reiniging en ontsmetting worden bemoeielijkt.

Gaarne legt men den vloer 10 tot 15 c.M. boven het erf, en den drempel van de deuren niet hooger dan den stalvloer.

Al naar de eischen, die het vee stelt, kunnen de materialen worden gekozen. Beter kan dit nader besproken worden bij de behandeling der verschillende stallingen. Alleen dit: Betonvloeren zijn in vele gevallen te koud en te glad. Klinkervloeren voldoen in bijna alle gevallen. Soms kan een gedeelte van den vloer van hout worden gemaakt, b.v. onder de voorbeenen. Maar men moet ten allen tijde vermijden dat het hout met gier in aanraking komt. Dan rot het spoedig, terwijl het de ontwikkeling van ziektekiemen in de hand werkt.

Leemen vloeren zijn niet dicht; toch kunnen zij in boxen aanbeveling verdienen, wanneer daar een beschermende zandlaag opkomt en de mest wekelijks wordt verwijderd.

c. De solder.

Zolders moeten den stal warm houden, en mogen geen dampen doorlaten. Geen doode hoeken mogen worden gevormd omdat ongedierte er welig tiert; daarom verdient een glad onderoppervlak aanbeveling. Het materiaal moet een slechte warmtegeleider zijn, en zoo mogelijk brandvrij. Tusschensteunpunten zijn hinderlijk maar kunnen niet altijd worden vermeden. Meest gebruikelijk is de enkele houten zoldering. Hout is wel warm, maar geeft geen afdoende beveiliging tegen neerslag. Ook het voeder op den zolder staat daardoor aan bederf blootgesteld. Daarom verdient het aanbeveling, om de houten zoldering dubbel te nemen, of een plafond aan te brengen van rietplanken of asbestcementplaten.

Mogelijk is o. a. ook om asphaltpapier tegen de balklaag te spijkeren, door ijzerdraad gedragen; of steengaas dat glad afgepleisterd wordt. Een goede afsluiting krijgt men ook met toepassing van asphalt-vouwplaten (Serie C, Plaat II fig. 4, 5, 6), die ook bepleisterd worden.

De opgesloten luchtlaag geeft hier de isolatie.

Verder worden toegepast troggewelfjes op ijzeren balken, ook gewelfjes van drijfsteen op houten balken. Het bovenvlak wordt door een betonlaag gevlakt.

Goede resultaten krijgt men ook met de meer primitieve leemen zolders. De leem wordt op en tusschen de slieten, stokken of takken gewerkt, die het draagvlak

Sluiten