Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarbij beeft men twee afgeronde panlatten tegen elkaar gelegd, elk van een halfcirkelvormige groef voorzien. Een spleetvormige opening stelt dit hol in verbinding met het bovenvlak van den stok.

De mijten zullen zich nu des ochtends, door die nauwe opening, in het hol gaan opbergen.

Geregeld neemt men nu die zitstokken af, splitst ze, waar ze slechts door een eiken deuvel aan elkander verbonden zijn, in tweeën, waarna men de mijt gemakkelijk dooden kan. Het is evenwel wenschelijk dat de zitstokken niet tegen de wanden doorloopen; wanneer een kip tijdens het rusten den wand niet kan raken, blijft zij ook van deze zijde gevrijwaard.

In fig. 3 zien we weer een andere methode van bestrijding.

De teekening is zeer duidelijk en behoeft bijna geen toelichting.

Zoeken de mijten namelijk des avonds vanuit hun schuilplaatsen de hoenders op, dan moeten ze op hun weg daarheen een holle ruimte passeeren, welke met olie, teer of een dergelijke stof gevuld is en waarin de mijt dan omkomt.

Waar het voor een samenstellen der foktoomen gewenscht is, in het bezit te zijn van zooveel mogelijk gegevens van die hoenders, welke voor een plaatsing in de foktoomen in aanmerking komen, is men in de laatste jaren meer en meer tot het valnest-systeem overgegaan.

In den loop der tijden zijn er al zeer verschillende systemen uitgedacht en in toepassing gebracht, het eene weer meer of minder bruikbaar dan het andere. Maar allen streven toch in hun ontwerpen hetzelfde doel na en wel, een zoodanige inrichting te construeeren, dat de hoenders welke het nest opzoeken, er in opgesloten blijven, totdat het ei is gelegd, waarna de verzorger ze komt bevrijden, hierbij tegelijk het nummer der hen noteerend, hetwelk in of op den pootring is aangebracht.

Op deze wijze kan men nagaan hoeveel eieren een bepaalde hen legt, hoe groot en zwaar die eieren zijn en komt men in het bezit van alle gegevens, welke voor het doel van het allergrootste belang zijn.

Een buitengewoon practisch systeem wordt n« voorgesteld in fig. 4a en 4b.

Fig. 4a laat het voorstuk zien, hetgeen, tegen een willekeurig legnest aangebracht, daarvan zonder meer een valnest maakt.

Men ziet het voorstuk, zooals het zich voordoet wanneer men er vanuit het nest tegen aankijkt. Uit die afbeelding blijkt ook, dat het nest geopend staat, doordat het valdeurtje geheel opgeschoven is.

In dezen stand wordt het tegengehouden door een, uit zwaar gegalvaniseerd ijzeren draad vervaardigden beugel, welke, zuiver in het midden, in een lipvorm is uitgebogen.

Door zijn eigen zwaarte valt de beugel, draaiende in twee op het valdeurtje aangebrachte oogen, steeds naar voren, daarbij de lip vooruitstekend, waar het deurtje of juister gezegd het schuifje, voldoende op kan rusten.

Sluiten