Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt afgedorschen en het stroo afgeleverd, doet zich- geruimen tijd de vraag voor, of met deze bouwvormen niet moet worden gebroken. *)

In de eerste plaats doet zich de vraag voor: moeten de stallen niet beter worden ingericht? Voornamelijk de stalling van het rundvee met de koppen tegen den binnenmuur, zonder voedergang daar voorlangs, dient te worden herzien. Maar het feit, dat de groote schuren maar zoo'n klein gedeelte van het jaar worden gebruikt, is een pleidooi voor het afzonderlijk plaatsen van woonhuis met stallen, en het bouwen van een open graanschuur met remise voor wagens en werktuigen, waarboven de graanzolder een plaatsje kan vinden.

Hiervoor zijn vele oplossingen mogelijk. Bij het maken van voorloopige plannen is het evenwel gebleven. Misschien zullen de hoogere bouwkosten van den tegenwoordigen tijd hierop een invloed ten gunste uitoefenen.

In Friesland kent men nog onderscheidene bouwvormen, **) waarvan wij nog een der oudere (hoewel nog vrij algemeene) ontmoeten in fig. 3. Het apart gelegen woonhuis, waarin zeer ruime kamers (1), is door het middenhuis (2) met de eigenlijke schuur verbonden. Onmiddellijk sluit hier het karnhuis (3) met kaas-ketel bij aan, met de zeer ruime melkkelder (4). Dit gedeelte, hetwelk aan de zuivelbereiding is gewijd, is door een gang gescheiden van het akkerbouwbedrijf. Verder loopt langs de vakken (5) de doorreed (waarop de karnmolen) en aan het einde ligt het dorschhuis (7) met aangrenzenden paardenstal (8). Gescheiden hiervan ligt de koestal (9), waarbij het vee nog op de oude Friesche wijze staat gestald, n.1. met de koppen tegen den buitenmuur, twee aan twee tusschen vaste schotten op de zeer hooge stoep.

In den loop der tijden is ook dit type veranderd: het verwerken van de melk heeft niet langer op de boerderij plaats, maar in de coöperatieve zuivelfabriek. Ook wat de inrichting der stallen betreft, beginnen meer moderne denkbeelden zich baan te breken.

Plaat II, fig. 1, laat een meer moderne boerderij voor gemengd bedrijf zien, waarbij het woonhuis direct tegen de schuur is gebouwd. Begane-gronds vindt men de woonvertrekken (1), een slaapkamer (2), een keuken (3) w.o. kelder. Een ruime bijkeuken (4) vormt het contact tusschen woonhuis en stallen en dient tevens als spoelplaats, koelruimte, enz.

In het eerste bergvak zijn bergplaatsen (5) afgetimmerd, waarboven zich eventueel een bergzolder of de knechtenkamers kunnen bevinden. Naast den dorschvloer (6) liggen de vakken (7), waarvan er een begane-gronds kan dienen voor bergplaats voor wagens (8) of snijvloer voor voederbieten enz.

Over de volle lengte van de vakken loopt de gemoderniseerde koestal (9).

*) Zie hiervoor o. a. in het Jaarverslag 1901—1902 van de Groningsche Maatschappij van Landbouw en Nijverheid de behandeling van het vraagpunt: „De inrichting der gebouwen voor het landbouwbedrijf in onze provincie".

**) Zie hiervoor o.a. K. Uilkema, voornoemd.

Sluiten