Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

water. De groote. dakvlakken kunnen evenwel hoeveelheden regenwater opvangen, waarvoor groote reserveputten met een inhoud van tientallen kubieke Meters voor de kostbare fokdieren geen overtollige luxe vormen.

b. Het H alle-type, en daarvan afgeleide vormen.

Er wordt aangenomen, dat de moedervorm het z.g. „losse huis" is; d.w.z., het huis met staande topgevels, zeer lage zij- en zonder binnenmuren, dat langzamerhand zeldzaam begint te worden (Plaat IX, fig. 1), maar waarvan in het Oostelijk gedeelte van Overijsel nog wel enkele exemplaren hier en daar aanwezig zijn.

Hierbij wordt het rieten dak door gebinten gedragen, waarvan deconstructie afwijkt van die in het Friesche type; immers de bedoeling is anders. De bintbalken n.1. overwelven de midden-langsvloer, en dragen tegelijk de slieten waarop hooi en graan worden geborgen. Slechts een zeer klein gedeelte kan op de hilde boven het vee getast worden. De indeeling is zeer eenvoudig: rondom den haard (1) speelt zich het familieleven af, waarbij kinderen, jonge varkens en kippen eertijds om het vuur dartelden, en de rook door een gat in het dak moest trachten te verdwijnen. Woonvertrek en deel (2) of dorschvloer lagen in eikaars verlengde; een voordeel hiervan was dat gemakkelijk het vee kan worden overzien, ja, zelfs van uit de ouderlijke bedstede in de afgetimmerde slaapvertrekken (3) was dit het geval. Het woonhuis was geheel op het gemak ingericht, wat ook blijkt bij de waschplaats (4) die alleen door een drempel van de woonplaats was gescheiden, en waarbij de aan een ketting hangende waterketel van af het vuur naar binnen kon worden gezwaaid. Ook het veevoeder werd hier gekookt

Aan weerszijden van den deel trof men verder de stallen, met name: de koestal (5), de paardenstal (6), de veulenstal (7), de jongveestal (8) en de varkensstal (9). De stallen voldeden en voldoen in meerendeel nog niet aan te stellen eischen; de z.g. „potstal" is nog algemeen, waarbij de belangen van de mestbewaring zwaarder wegen dan een goede gezondheid en de opvoeding van het productievermogen van den veestapel.

De deel vormt het centrum, waarop het graan wordt gedorschen en het veevoeder wordt bewaard en klaargemaakt.

De voorgevel gaat meestal als een hooge houten topgevel op; terwijl bij uitbreiding het eerst aan weerszijden van de groote uitriddeuren afdaken worden gemaakt.

Karren en werktuigen worden in aparte loodsen bewaard; terwijl de vooruitgang van het bedrijf kan worden waargenomen aan de steeds grooter wordende behoefte aan stal- en bergruimte; waaraan wordt voldaan door den aanbouw van hooi- en graanbergen en stallingen van allerlei vorm en grootte, die op het erf jn bonte volgorde worden bijgebouwd.

Sluiten