Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehoort zijnde, bij sijn F. G. daer op gedisponeert te worden na behooren" *).

De Staten vaardigden 5 Februari Wensen, Oldenbarnevelt en Coomans af naar de vergadering der Staten van de Naerder Geünieerde Provinciën; Mathenes, Van der Mijle en Loosen werden mede naar Utrecht gezonden tot assistentie hunner collega's bij Zijne Excellentie „inde zaken, differenten ende zwaricheden die tusschen den Staten voornoemt ende die van Haerlem Amsterdam mitzgaders die vanden Noorderquartier ende den Staten van Zeelant mogen zyn geresen" 2).

Van Amsterdamsche zijde begaven zich naar Utrecht Burgemeester Dr. Martin, Jansz. Coster met zijne adjuncten Cornelis Willemsz. van Ryck en Jacob van Campen, -Mr. Wilhem Baerdesen, Bartholomeus van der Wiere, Claes Cornelisz. van yiooswyck. Heel kort verbleef er ook Gerrit Jansz. Delft. Coster en zijne adjuncten zijn vijftien dagen uit geweest3). Van den loop der onderhandelingen is de Amsterdamsche regeering gedurig op de hoogte gehouden4).

Beide partijen leverden aan Zijne Excellentie acten van autorisatie over, in welke evenwel slechts melding gemaakt

1) Res. St. v. Holl. 1580, bl. 20—23: 3 Febr. nam.

Algemeen Rijksarchief, H. 2582, b: daarin: Remonstrantie bij de ridderschap, eedelen ende gedeputeerden vande steden van Hollandt representeerende den Staten vanden selven lande, gedaen Zijne F. G.

In de marge staat naast elk artikel het oordeel van den Prins. Het slot van die kantteekeningen luidt: „Aldus ghedaen by Zyne F. G. inden Haeghe den lillen dach February anno XVC LXXX. Guillaume de Nassau."

Terwijl de inhoud van remonstrantie en resolutie dezelfde is, wijkt dus de dateering af.

2) Algemeen Rijksarchief: H. 2582, i: hunne commissiebrieven. In Res. St. v. Holl. 1580, bl. 24 zijn de twee groepen afgevaardigden verward. Mathenes en Van der Mijle waren „commissarissen tot de effectueering der Satisfactie" geweest, Oldenbarnevelt had het contract indertijd mee onderteekend. Ter Gouw VII, bl. 289 en 286.

3) Rap. v. thes. 1580, fol. 124 v<>.

4) Blijkens in rekening gebracht briefloon: Rap. v. thes. 1580, fol. 125.

Sluiten