Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

conventen vanden voorsz steede die sij sonder consent vanden Staten aenslaen tot haer en prouffijte". Hij had er zijne verwondering over geuit, dat de Amsterdammers „die schulden vanden Staten van Hollandt soe seer groot ende excessijff maecken naedemael sijluyden wel weeten dat dvoorsz Staten niet veel gelooffs en hebben gehadt omme veel schulden te maecken." Zelfs in geval de Satisfactie ongerept bewaard gebleven zou zijn, en de stad dus niet zou hebben behoeven mee te betalen in de door Holland sedert 1572 gemaakte oude schulden, groot ± f 600.000, zou ze toch niet hebben kunnen weigeren haar deel te betalen in de schulden „vanden heertochte van Berghen in Henegouwen"1), „als niet bijden Staten van Hollant maer bij Uwe F. G. selffs ten dienste soe wel van die van Amstelredamme als den andeeren steeden van Hollant gemaeckt" 2).

Hoewel aan de afgevaardigden van beide partijen volmacht gegeven was in de questie van art. 15, kwam men zelfs op dat punt niet tot overeenstemming. In antwoord op 's Prinsen uitspraak leverden de Amsterdamsche afgevaardigden hem andere artikelen als basis van eene overeenkomst over, blijkbaar zóó afwijkend; dat daarom alle onderhandelingen uitgesteld werden tot de eerstvolgende Staten-vergadering in Den Haag. Na rijp beraad besloot de Amsterdamsche Vroedschap 28 Februari, nadat ze het rapport van Dr. Martin Coster en zijne mede-afgevaardigden had aangehoord, aan deze artikelen niets te veranderen of te „mitigeren", en in geval

*) Het „achterwesen gevallen uyt saecke vanden Heyrtocht voor Bergen in Henegouwen" had oorspronkelijk 500.000 £ bedragen; 12 Februari 1579 benoemden de Staten een gecommitteerde om op te maken, wat er sedert 1572 van betaald was. Res. St. v. HolL 1579, bl. 18: 12 Februari nam. —Daarenboven moest Zeeland er in mee betalen.

2) Amsterdam dacht daar anders over; zoo oordeelde de Vroedschap 10 October 1579, dat het betalen o.a. van de ritmeesters, die in dien veldtocht gediend hadden „buyten haer beswaernisse affgedaen" moest worden. Res. Vr. No. 4, fol. 80.

Sluiten