Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stedelijke magistraten zullen de gelegenheid niet verzuimd hebben den Prins op de hoogte te brengen van hunne wenschen. Dat het hun gelukt is Zijne Excellentie van hun goed recht te overtuigen, blijkt duidelijk uit de veranderde houding, die we den Prins sedert zijn bezoek aan Amsterdam ten opzichte van de Satisfactie-questies zien aannemen.

Vóór zijn vertrek i1) drong de Prins van Oranje er bij de Burgemeesters op aan, dat zij hun best zouden doen de geschillen uit den weg te ruimen: „te weten die questie vande oude schulden, mitsgaders tpoinct van tveranderen vande vendelen binnen deser stede als anderen dagelicx vuyt die Satisfactie verrijsende." Indien maar eerst een accoord getroffen zou zijn, dan zou Amsterdam „commen te prospereren ende verbeteren boven allen steden" Tegen krenking

van mee te deelen. In een gedicht: De Stadt van Amsterdam aen zijnEx«te lezen we o.a. deze regels: ' ,

„Willich, lijdtsaem, cloeckmoedich met raet ende daet, Hem selven heeft hy ghestelt, om ons te bevryenj Vant Spaensche jock, dies wy dit Princelijck saet Nassauwen naest ons Coninck eeren ende beleyen", etc. Een gedichtje van Rhetorica: Aende Ghemeynte luidt: Schiet, brageert, trompet, ende viert Wt jonst, wt bevel, wt lust, wt blyheyt, Voor hem die u saecken sorchvuldich bestiert. Voor hem die mannelijck vecht voor u vryheyt. Voor hem die u den krijch hier ghemaeckt heeft quijt, Viert, trompet, trommelt, schiet, weest verblijt. *) Uit den rapiamus laat zich de juiste datum van zijn vertrek niet opmaken. Blijkens een door Bor (boek XIV, fol. 191) gepubliceerd schrijven van Zijne Excellentie aan de burgerhopluiden in Utrecht, bevond hij zich 24 Maart nog in Amsterdam. Hij vertrok — misschien dienzelfden dag — naar Den Haag, waar de dagvaart reeds 21 Maart bijeengekomen was. Baerdesen vergezelde hem daarheen. Rap. van thes. 1580, foL 125.

2) Ter Gouw heeft deze plaats verkeerd uitgelegd, waar hij in deel 7 van zijne Geschiedenis van Amsterdam, bl. 415 schrijft: „Amsterdam zal comen te prospereeren ende verbeteren boven alle steden," sprak de Vader des Vaderlands in het voorjaar van 1580, in de volle overtuiging, dat het een welberaden en loffelijke daad der Amsterdammers was geweest, de Spaansche factie uit te zetten, en de teugels der regeering in beter handen te leggen."

Sluiten