Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE HOOFDSTUK

De Opheffing der Satisfactie

In het voorjaar van 1581 zag de stad Amsterdam den Prins van Oranje' en verschillende regeeringscolleges binnen hare muren. 3 Februari kwamen de Gecommitteerden van de Naerder Unie in de stad aan om daar tot 26 Juni te vertoeven 1). Ze namen hun intrek ten huize van Cornelis van Delft Willemsz.2), doch vergaderden waarschijnlijk op het stadhuis 3).

2 Maart arriveerde de Prins van Oranje4). Hij betrok het St.-Cecilienklooster, dat voor zijn verblijf in gereedheid gebracht was5) en nu reeds Prinsenhof genoemd werd6).

1) Rap. v. thes. 1581, fol. 179 en v<>.

2) Als voren.

3) Hierna, bl. 60 en noot 7.

->) Rap. v. thes; 1581, fol. 171. - 5) Vele posten in den Rap. v. thes., o.a. fol. 172, 177.

6) De naam „Prinsenhof" laat zich afleiden uit Res. St. v. Holl. 1581, bL 73 waar gesproken wordt van eene vergadering der Staten „in het Hof van syne Princelijcke Excellencie". — Rap. v. thes. 1582, fol. 94 wordt gesproken van het „Paters huys, int Hoff van Synder Exe." — Wagenaar was blijkbaar onbekend met dit verblijf van den Prins in het klooster; hij leidde den naam „Prinsenhof" af uit de bestemming van het gebouw als logement voor prinsen en groote heeren. Hij meende, dat Leycester de eerste heer van aanzien geweest was, die in het gebouw geherbergd werd; toch wist hij, dat het klooster toen reeds [in 1586] het Hof van Zijne Excellentie genoemd werd. J. Wagenaar : Amsterdam etc, folio-uitgave, 1765, Stuk II (Deel UI, Boek I), fol. 78.

Sluiten