Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze het toch niet onmiddellijk, terwijl de Staten nog in de stad vertoefden, overtreden1).

Op déze generale vergadering, waarop zoo velerlei aan de orde geweest was, waren de Staten toch ook werkzaam geweest in het belang van eene oplossing der nog steeds sleepende Satisfactie-questie.

Toen 16 Maart de Amsterdamsche afgevaardigden — in aansluiting bij een besluit hunner Vroedschap dato 14 Februari 1.1. — eene verklaring hadden afgelegd „op het consent bij hen gedragen, aengaende de constitutie van de Overigheydt binnen Hollandt, behoudens haerluyder Privilegiën en satisfactie", hadden de Staten — niettegenstaande hun vroeger besluit [nml. bm de Satisfactie-questie aan de justitie te onderwerpen] Van der Myle, Brasser, Oldenbarnevelt en Maelson2) gecommitteerd „omme die saecke met syne Excellencie naerder te communiceren, ende alle Poincten te resumeren, daer op de swarigheden ende differenten souden berusten mogen, alle middelen te soecken omme de selve te vergelijcken (indien het doenlijck is) indien niet, alle het selve de Staten by geschrifte te remonstreren, omme daer op naer voorgaende rapport ghedaen te mogen worden naer behooren" *).

Van de gehouden conferenties is niets bekend.

24 Maart kwam de generale vergadering der Staten van Holland voor het laatst bijeen. Reeds 10 April werden de

!) De Vroedschapsresoluties vertoonen juist tusschen 20 Maart en 22 April 1581 eene gaping. We kunnen er ons dus niet van overtuigen, wat door de Vroedschap naar aanleiding van het verbod tot raadpleging der schutterijen besloten werd.

De Vroedschapsresoluties zijn trouwens over de vier eerste Vnaanden van 1581 buitengewoon onvolledig: 'over de maand Januari ontbreken ze geheel; wat Februari betreft, hebben wé niets dan de besluiten van 14,15 en 16 Februari. Daarna volgt ééne resolutie van 20 Maart. Na 22 April laten zich geen leemten meer met zekerheid constateeren.

2) Oldenbarnevelt en Maelson hadden indertijd de Satisfactie onderteekend; Van der Mijle was een der commissarissen tot effectueering van de Satisfactie geweest. Ter Gouw VII, bl. 286 en 289.

9) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 73: 16 Maart nam.

Sluiten