Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, ende ten effecte gebracht en gestelt na behooren." Daar de Staten zich met 's Prinsen opvatting konden vereenigen, zonden zij naast den secretaris van. Zijne Excellentie Jhr. Johan van Duvenvoorde, heer tot Warmont en den landsadvocaat Mr. Paulus Buys naar Amsterdam, om den magistraat te wijzen op „de groote periculen ende inconvenienten die daer uyt souden mogen rysen, in gevalle des gemeene Landts saecken op den Gouvernemente, ende de beleydinghe van den Oorlogh, de Schutteryen ende Gildens voorghehouden worden" *). Hunne komst had de gewenschte uitwerking: de Vroedschap „veranderende heure ,voorgaende resolutie" besloot „datmen die voorsz zaecke voor alsnoch metten capiteynen in communicatie nyet en zal legghen"2).

Daar de Staten-Generaal den Prins van Oranje verzocht hadden naar Brabant, Vlaanderen of Zeeland te willen gaan wegens de aankomst van Anjou, moest er haast gemaakt worden met de eedsverandering. De steden, wier afgevaardigden 1 Juli nog niet gecompareerd waren, werden Maarom aangespoord tot het zenden van gedeputeerden; ook de kleine steden, Woerden, Geertruidenberg, Weesp, Muiden en Naarden werden nu daartoe uitgenoodigd3). Hèt struikelblok vormde nog altijd de houding van Amsterdam. Toen de edelen en steden het 3 Juli goedkeurden, dat aan Zijne Excellentie „achtervolgende de Acte van den Gouvernemente, ende de Resolutie daer van zynde" de behoorlijke eed zou worden afgenomen, verklaarden de Amstêrdamsche afgevaardigden volgens de Vroedschapsresolutie van 25 Juni, dat Amsterdam het wel hoog noodig achtte, dat aan den Prins van Oranje het gouvernement als „Overhoort ende Hooge Overigheydt" zou worden opgedragen, doch dat de stad zich niet aan dat gouvernement zou onderwerpen, „in het gene

1) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 289 s 27 en 28 Juni. Warmont wordt niet in de Staten-resoluties als gecommitteerde vermeld; wel Res. Vr. No.4, fol. 161.

2) Res. Vr. No. 4, fol. 161: 29 Juni 1581.

8) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 294: 1 Juli'nam.

Sluiten