Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren, als de selve Commissarissen ordonneren sullen, ende de voornoemde van Amsterdam daer tegens by provisie inne te laten houden den Hondertsten penningh, van den Jare vyfthien hondert acht en tseventigh, ende de helft van den Hondertsten penningh, van den Jare vyfthien hondert negen en tseventigh; behoudeÜjck, dat de gene die bevonden wordt, in den anderen gehouden te zyn, de selve provisionehjck (1: als in het ontwerp van Oldenbarnevelt: promptelijck)*) na de Sententie van den Hove sal voldoen;

ende aengaende het gene noch te betalen staet zyn te vreden, volgende het vyfthiènde Articul van de voorsz satisfactie, dat de Middelen van Contributie, die de Staten destineren sullen tot betalinge van de oude schulden, in het selve Articul geroert binnen de voorsz Stede van Amsterdam, ende de vryheydt van dien, geener plaatse sullen hebben, ten ware syluy den het selve mede tot haren proffijte wilden gebruycken"

De Staten boden dat alles aan op voorwaarde: „dat hier mede de voorsz satisfactie ten beyden zyden gehouden sal worden als gerenuncieert; ende die van Amsterdam voornoemt het Gouvernement van syne Excellencie sullen aennemen als de Edelen, ende andere Steden van Hollandt."

Het slot luidde s „wel-verstaende, dat by refuys van dese praesentatie de Staten voornoemt de selve houden als niet

1) In het ontwerp van Oldenbarnevelt staat: „promptelijck"; waarschijnlijk ' tengevolge van verkeerd lezen staat in de resoluties van de Staten ten onrechte: „provisionelijck", wat geen zin geeft.

2) Oldenbarnevelt erkent hier dus, dat er oude schulden betaald waren uit middelen, die' daartoe eigenlijk niet bestemd geweest waren. Dat had hij

'tevoren nooit zoo ruiterlijk willen erkennen, al had hij in zijne Remonstrantie de mogelijkheid niet geloochend: „Ende al ist soe dat vuijte voorsz twee honderste penninghen ofte oock yuijte gemeene middelen eenighe scholden moegen weesen betaelt die voor datum vande voorsz satisfactie sijn gemaecktf'...

Daar hij, waar het nog te betalen oude schulden betrof, de regeling volgens art. 15 der Satisfactie in stand wilde houden, bleef de mogelijkheid bestaan, dat opnieuw sommen, tot betaling van nieuwe lasten gevoteerd, voor oude schulden zouden worden aangewend. Het geschil over de oude schulden zou dus onmiddellijk kunnen herleven.

Sluiten