Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en consent van de Staten" % Zij wilden op deze wijze voorkomen, dat de Amstêrdamsche regeering aan den Prins den eed zou kunnen afnemen, na van hem de verlangde acte van non-prejuditie harer Satisfactie bedongen te hebben. Ten gevolge van dat besluit heeft de eedsafname en eedsaflegging door Amsterdam pas plaats gehad in 1582 na het tot stand komen van het Accoord tot afstand van de Satisfactie.

24 Juli verzamelden zich des namiddags 6 edelen en 32 afgevaardigden, representeerende zestien steden, „op den Salette van syne Excellencie" „in het Hof van den Hage"; na eene korte toespraak van den Prins en na voorlezing van de acte van gouvernement van April 1576, verzochten de Staten Zijne Excellentie „daer op te continueren het voornoemde Gouvernement ende authoriteyt, daer by syne Furstelijcke Genade geconfereert, in alles gebruyken (1: gebruyckende) den Name van syne Excellencie, als den selven gedefereert zynde de Hooge Overigheydt, ende Regeringe der selver Landen, sonder den Naem van den Koningh van Spaignen ofte syne authoriteyt daer inne te ghebruyken, ofte voortaen te doen ghebruyken, alsoo de voornoemde Staten verstaen van den Eedt, Plicht ende Verbintenisse, daer mede sy den Koning van Spaignen eenighsints verplicht ofte verbonden hebben mogen wesen, ontslaghen te zyn". Daar door de afwezigheid van Zijne Excellentie en door andere oorzaken de acte van gouvernement nooit bezworen was, wenschten de Staten het verzuimde in te halen. Daarop had eerst de eedsaflegging door den Prins, daarna door, de Staten plaats. De Prins be-

Res. St v. Holl. 1581, bl. 382 : 24 Juli. — Voortwerkend op de eenmaal door hem gemaakte vergissing heeft Kluit sprekende over 24 Juli, het volgende geschreven: „Hierop ging alles zijnen gang; de Eeden werden van weerszijde gedaan den 24 Jul. Amsteldam verklaarde te vrede te zijn, den Eed te doen, mits Acte bij haar verzocht — maar toen schijnen de Staten wegens Amsteldam weder eenigzins achteruit te zijn gegaan, wordende ... daarop aangemerkt alzoo de Staten bevinden..." Ik heb de onuiste zinsnede hier gecursiveerd. De Staten gingen niet achteruit daar ze de acte nooit verleend hadden. KLUIT: Staatsregering I, bl. 434. Hiervoor, bl. 36 ,noot 1.

Sluiten