Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

art. 14 beloofden de Staten dadelijk te zullen overgaan tot verkooping der domeinen, opdat niet alleen Amsterdam, maar ook de verdere crediteuren ten volle betaald zouden worden, „so wel van haer Capitael ende Hooft-somme, als *t gunt hun bij de voorsz. uytsprake1), ende vorder achter-wese» na de Pacificatie gevallen, sal mogen resteren."

Art. 11 van het concept is zoo goed als woordelijk overgegaan in art. 15 van het Accoord. Alleen werd achter de woorden: „vuyt die domeynen" bijgevoegd „ofte anders". De Staten wilden zich dus niet verplichten de terugbetaling der pachtsom juist uit de domeinen te doen.

De eerste helft van art. 12 van het concept is woordelijk overgegaan in art. 16.

De tweede helft van art. 12 is opgenomen in art. 17, dat zelf samengesteld is uit de eerste helft van art. 11 der Satisfactie, handelende over de privileges, en art. 12, sprekende over het octrooi om geld op rente te mogen nemen.

Art. 13 van het concept is niet in het Accoord overgenomen.

Vragen wij ons nu af, wat er geworden was van de drie oude geschilpunten, dan zien wij, dat de questie der vendels definitief uit den weg geruimd was, evenzeer die der oude schulden. Wat het punt van de geestelijke goederen aangaat, zou nog eene beslissing der Staten noodig zijn om een deel der overeenkomst te bekrachtigen. In zake de renten werd bij het Accoord nog maar weinig beslist; het was toch at veel gewonnen, dat beide partijen het er over eens geworden waren de questie aan het oordeel van arbiters te onderwerpen.

Aan den langen strijd tusschen de Staten en Amsterdam werd door het tot stand komen van het Accoord-althans een voorloopig einde gemaakt. Als wij ons nu de vraag stellen, welke der beide partijen in het conflict de overwinning had

a) Over renten vóór de Pacificatie verschenen.

Sluiten