Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Soldaten" met den dag grooter werd en de stad daardoor aan groot gevaar blootgesteld werd. Er moest voorzien worden in de vacature Jonckheyn en in enkele onderbevelhebbersplaatsen j Duyn schijnt in deze dagen noch zijn ontslag gekregen noch genomen te hebben.

Tegen twee der genomineerden, onder wie Pieter van Neck Pietersz., bestemd als opvolger van Jonckheyn, maakten de Staten, hoewel zij ze eerst zelf gerecommandeerd hadden, bezwaar. Eene acte van insinuatie, waarin de Amstêrdamsche regeering dreigde „by verbreek off refuys" van de benoemingen zelf de genomineerden of anderen te zullen gaan aanstellen en ze, volgens de Satisfactie, uit de gemeene middelen te gaan betalen, deed de Staten zwichten: Neck althans werd tot hopman benoemd1).

Of zich nog een Amsterdamsen vendel naar Maastricht op weg begeven had, is mij uit de door mij geraadpleegde bronnen niet gebleken; binnen de stad lag er bij de inname geen %

Een verzoek der Staten om een vendel uit Amsterdam naar Heusden in garnizoen te zenden, werd in September 1579 afgeslagen en krachtig aangedrongen op terugkeer van de compagnie, die tegen de afspraak nog altijd in Weesp en Muiden verblijf hield3).

Het vendel werd werkelijk teruggezonden, doch de vreugde was van korten duur. Reeds 17 October besloten de Gedeputeerden der Geünieerde Provinciën, die een aantal Hollandsche compagnieën, in verschillende plaatsen in garnizoen, weder ter beschikking der Staten moesten stellen, aan de magistraten van Amsterdam te schrijven, „datse ter stont een compaignie

J) Res. Vr. No. 4, fol. 65 y<>— 66 v»: 27 Juni 1579. — De benoeming van Neck blijkt uit Land-zaak'en B 2», fol. 95: een „Staet van oorloge ende repartitie- over de provinciën." (Waarschijnlijk uit het laatst van 1579 of het begin van 1580.) Daarin worden de vier vendels genoemd: Rodenburch, Visscher, Nek, Jan Duyn. Oud-archief der gemeente Arnhem: Land-zaaken B 2°.

2) Er waren bij de inname der stad wel vier andere Hollandsche vendels binnen Maastricht aanwezig: Res. St. v: Holl. 1579, bl. 151: 7 Juli.

8) Res. Vr. No. 4, fol. 77 v° en 78: 8 Sept. 1579.'

Sluiten