Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij bleven niet lang op dat standpunt staan. 17 Mei kwamen nieuwe gedeputeerden der Staten-Generaal, de markies van Bergen en Dr. Leoninus. De Staten namen rapport op de door hen gedane voorstellen, die weer beoogden:

1. afschaffing van de buiten- en binnenlandsche convooien,

2. invoering liefst van alle generale middelen of desnoods alleen van die op de uitgaande en inkomende goederen, hetzij voor vast, hetzij bij provisie,

3. afstand van liefst de geheele opbrengst dier middelen aan de Generaliteit1).

In Amsterdam kon de Vroedschap, hoewel op twee achtereenvolgende dagen over de questie vergaderd werd, maar niet tot een besluit komen. Ze besloot eindelijk eerst de besprekingen op de eerstvolgende Staten-vergadering af te wachten % '

Op die vergadering bleek de meerderheid genegen de StatenGeneraal ter wille te zijn. Het protest van den Amsterdamschen gedeputeerde Reynier Cant, die erop wees, „dat die convoygelden geordonneert ende gedestineert (waren) tot bevrydinge vande navigatie ende zeevarende neringe" bleef zonder uitwerking. Hoewel Cant nogmaals rapport over de questie gewenscht had, besloten de Staten bij meerderheid van stemmen, dat men om op het verzoek van Bergen en Leoninus „enichsints te disponeren by provisie tot assistentie van die van Brabant Vlaenderen ende andere geünieerde provinciën, toelaeten (zall) te mogen lichten die convoygelden die (in de Hollandsche en Zeeuwsche steden) gegadert worden"1).

Het besluit viel in Amsterdam niet in goede aarde: de Burgemeesters wilden er tegen opponeeren uit vrees, dat de zee

Resolutiën van de Staten van Holland van 1577 en 1578:bl.32:20 Jan. 1578; bL 33 : 22 Jan. en nam.; bL 38: 28 Jan. en nam.; bl. 47: 10 Febr. — BOR, boek XII, fol. 23 b.

1) Res. St Gen. II, bl. 320. vl.: No. 737 en 737». — Res. Vr. No. 4, fol. 2 en v°: 3 Juni 1578.

*) Res. Vr. No. 4, foL 2 en v°: 3 Juni; foL 3 en v°: 4 Juni 1578.

*) Res. Vr. No. 4, fol. 5 en v»: 20 Juni 1578.

Sluiten