Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de verloopen twee maanden. Uit de inkomsten zou verder eene. som van f 5500 mogen worden betaald, die daarop „te voren (was) geassigneert" 1).

De assignaties en zelfs rechtstreeksche betalingen ten behoeve van ammunitie, kruit e.d. werden in verloop van tijd zóó talrijk, dat er voor de Generaliteit niets overschoot2). Toch bleef deze steeds om continuatie van de heffing ten haren behoeve verzoeken3).

x Amsterdam voelde maar weinig voor die doorloopende verlenging ; het meende duidelijk te bespeuren, „dat die van Brabant het recht vanden convoyen geheel tot hen poegen te trecken omme daer mede naer haer belyeven te handelen." Dat de opbrengst „extra provinciam" zou gaan, streed tegen de stedelijke privilegiën; in 1578 was de Amstêrdamsche regeering over dat bezwaar heengestapt wegens den buitengewoon zorgwekkenden toestand, maar op den duur kon zij daarin niet berusten4). Ze zou daarenboven de convooien, die door de ongelijkmatige heffing over Holland en Zeeland „diverteringhe vande neringhe" konden veroorzaken, graag door andere belastingen vervangen hebben gezien. Ten onrechte gaf zij meermalen als haar opinie te kennen tot het toestaan van de heffing niet verplicht te zijn „volgende onse lofflicke previlegyen by sententie tegens Zyne Mat. geadvoyeert", daar in art. 14 van de Satisfactie uitdrukkelijk bepaald was, dat zij de inning zou moeten gedoogen „onvermindert heure Privilegiën ter contrarien" 5).

Hoeveel belang Amsterdam als handelsstad er ook bij had, dat de opbrengst'der convooien toereikend zou blijven voor

J) Res. St. Gen. H, bL 375. vl.: No. 820». — Res. St.v.Holl. 1578,bl. 24en 25 : 26 Sept. nam.

2) Bijv. Res. St. v. Holl. 1580, bl. 34: 14 Maart; bl. 36: 17 Maart nam.: assignaties; bl. 27: 12 Febr.: eene rechtstreeksche betaling. — Van de convooien bleef van 1 Jan. — 1 Juli 1580 niets over voor de generaliteit: Res. St. v. Holl. 1580, bl. 121: 30 Juni.

3) Res. St. v. Holl. 1580, bl. 129 en 130: 4 Juli nam. *) Res. Vr. No. 4, fol. 75 v<) en 76: 8 Sept. 1579.

8) Res. Vr. No. 4, fol. 79 v«: 10 Oct. 1579.

Sluiten