Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaan betalen in belastingen, die gebruikt zouden worden „tot de defensie van Hollandt ende Zeelandt, mitsgaders tot onderstant vanden anderen Provinciën van nu voortaen, ofte om voortaen te contribueren mette selve Provinciën". In de eerste plaats dus — althans volgens de opinie der Staten — in den honderdsten penning, tot welks heffing deze 22 Februari besloten hadden. Dien zelfden dag hadden de Staten ook geresolveerd 100.000 Karolus guldens te verschaffen voor soldij van ruiterij en voetvolk. Dat besluit hadden zij 19 Juni vernieuwd: wegens de dringende behoefte zou het geld op interest opgenomen mogen worden ; Amsterdam zou er dadelijk f 12.000 van moeten opbrengen. Hoewel de Amstêrdamsche Vroedschap het besluit van 22 Februari in strijd met art. 16 achtte, omdat haar gedeputeerden over die resolutie niet „gestaen" hadden 1), wilde zij, „overmits den hoochwichtigen noot ende regardt genomen op den inconvenienten die tlant deur faulte van betalinge vanden knechten zall mogen opcomen", den rentmeester-generaal wel toestaan f 12.000 op zijn crediet op te nemen; pas. in geval hem dat niet zou gelukken, zou de stad zelf f 6000 of f 8000 opbrengen „onder expresse protestatie van dat die nyet geemploijeert zullen worden tot betaelinge van enige voorgaende schulden inde welcke dese stede volgende de Satisfactie nyet gehouden es", en onder garantie van remboursement. De Vroedschap besloot tevens, dat „voor al versocht (zou) worden staet van tgemeen lants oude schulden voor date vande Satisfactie gemaect" 2).

Vryheydt ende gerechtigheydt als sy van ouds ghehadt hebben: Te weten, dat soo verre middelertijt eenighe contributie geschiet, 'syluyden daer mede op ghehoort sullen worden." Handvesten I, bl. 46.

Res. Vr. No. 4, fol. 17: 1 Sept. 1578: fol. 23: 3 October 1578. — Ter GOUW VU, bl. 313 vermeldt, dat pas in het midden van April Amstêrdamsche afgevaardigden voor het eerst de Hollandsche Staten-vergadering bijwoonden.

2) Res. Vr. No. 4, fol. 7 en v°: 25 Juni 1578. — Over den honderdsten penning, etc.: .Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap, deel XIV, 1893, bl. 1, vl.: De Resolutien van de Staten van Holland van 1577 en 1578, medegedeeld door J. H. W. Unger, bl. 39, 41, 48 en 58.

Sluiten