Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grondt-plaetsen, Erven, ende de eygendomme van dien" 1). Over de verdere kloosterbezittingen, als „Renten, binnen ende buyten", en landen buiten de steden gelegen, behielden de Staten ook verder het dispositierecht. Door deze resoluties was dus eene welbewuste scheiding gemaakt tusschen de bevoegdheid der steden en die der Staten2).

De verhouding tusschen Amsterdam en de Staten werd echter vertroebeld door art. 19 der Satisfactie, luidende: „Dat mede den Burgers ende Inwoonders der voorsz. Stede ende vande Vryheydt van dien, soo Gheestelijcke als Waerlijcke, mitsgaders de Collegien, Cloosteren ende andere Gods-huysen aldaer sijnde, in conformite ende naer uytwysen de Pacificatie, sullen moghen aenvaerden metter daedt ende behouden alle haere goederen in Hollandt ende Zeelandt ghelegen, so roerende als onroerende, actiën ende orediten, sonder dat van noode sal wesen daeromme te versoecken ende t' obtineren eenige vordere Ordonnantie in 't generael ofte particulier, niet teghenstaende eenighe bevelen ter contrarien den ontfanghers van-

1) Res. St. v. Holl. 1577, bl. 88 en 89; 23 Mei nam. 1577.

'-') Van Beeck Calkoen, t.a.pl, bl. 6 en 7. Op bl. 7 zegt hij: „Er werd dus onderscheiden tusschen de conventsgoederen, welke binnen en die, welke buiten stadsterritoir lagen", en verder : „Over de goederen binnen stadsterritoir gelegen zou de stad mogen beschikken naar haar goeddunken, over die daarbuiten, de Staten". Deze formuleering komt mij niet geheel juist voor; ik zou liever willen onderscheiden: de kloostergebouwen, -erven, -huizen ter eene zijde, en alle andere kloosterbezittingen ter andere zijde. Zoo deden het ook de tijdgenooten; in art. 9 van het Accoord wordt op verschillende wijze beschikt over: „alle het Getimmert, Erven ende Huysen, den Geestelijcken binnen de voorsz. Stadt toebehoorende", en over „den anderen goederen vande selve Gheestelijcken." Dat de Staten aan de steden alleen de gebouwen der kloosters hadden afgestaan, blijkt ook uit 's Prinsen approbatie van de overdracht van de goederen der Oude en Nieuwe Nonnen aan de gasthuizen, waar we lezen: „mitsgaders daerenboven geinformeert wesende dat de voorsz. Burgemeesteren ende Regeerders hare gerechticheyt totten fabrycken ende getimmerten der voorsz. nonnenconventen henluyden vuyt crachte van seeckere resolutie van den generalen Staten van Hollant competeerende de voorsz. gasthuysen hebben gecedeert ende overgelaten". Vidimus der approbatie: Gasthuisarchief Q 6, f.

Sluiten