Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Jacob Jansz. Benningh, raad, als voogd van het klooster van St. Marie in de Nes (1581)1),

3. Walich Sijvertsz, als voogd van het klooster van St. Ursula (1581, vl.)2),

4. Barent Claesz., als voogd van het klooster van St. Margrieten (1582) 3),

5. Evert Claesz., als voogd van het Betaniënklooster (1584)4). Waarschijnlijk zullen de voogden tot in den voorzomer van

1585 het bewind gevoerd hebben. Toen bielden negen van de toen nog bestaande elf conventen op als zelfstandige lichamen te bestaan; het beheer over hunne goederen werd

1) Port. Oude Kloosters, in omslag Klooster van St. Marie. Eene aanteekening luidt: „1581. 9 Febru: syn voor de Regenten van St. Jorys hof gecomen de Mater of Procuratster van Sinte Marien inde Nes, met haer voecht Jacob Jans, en Cornelis van Ryeck, beye Raat deeser Steede, om te spreecken weegens haer aendeel, in seekere brief tot laste vande derde oorden". Het is, dunkt mij, niet geheel zeker, of Jacob Jansz. hier optreedt als een der in 1579 aangestelde voogden, of slechts als vertegenwoordiger dezer nonnen in rechte.

2) Archief Burgemeesters. Kerken en Kloosters. Stukken over een proces van Dirk Aertsz. met St. Ursula klooster over betaling-van zekere schulden 1581—1589. In verschillende stukken, bijv. in een eisch van wege Dirk Aertsz, dato 25 Februari 1581, wordt Walich Sijvertsz. als voogd genoemd. In den inventaris van de brieven en minuten wordt gesproken.van „Walich Sivertsz tot Amsterdam als voocht vande mater procuratrix ende gemeene conventualen van St. Urselen convent".

:;) Quytscheldingen 10 (of nieuw nummer 4), fol. 89 en v°: 2 transporten van land aan het St. Margrieten pad. In beide treedt op: „Barent Claesz. als voocht vanden Conventualen van Sinte Margrieten Convente binnen deser stede". In een dergelijk transport op fol. 88 v°, waarin Barent Claesz. als kooper optreedt, worden de nonnen vertegenwoordigd door den stadssecretaris Willem Pietersz. „als geordonneerde voocht in desen by mynen Heeren den Burgemeesteren deser stede vande conventualen van Sinte Margrieten Convente binnen der selver stede". De drie transporten vonden plaats op 17 Augustus 1582.

4) Rap. v. thes. 1584, fol. 130: „Van Jacob Bas Outburgemeester ontfangen door handen van Evert Claesz. als voocht vande Conventualen vande Betanien", etc. — In den „Staet" staat in den inventaris van het Betaniënconvent eene kantteekening: „Hier van Evert Claesz. te spreecken, alsoe de baginen seggen dit huys vercoft te sijn".

Sluiten