Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sedert gevoerd door Matthijs van Banchem als rentmeester der conventuale goederen1).

Op bevel van Burgemeesteren werden door Adriaen Lenertsz. Goster en vier andere gezellen in 1579 alle klokken uit de kloosters gehaald2). Het doel van dezen maatregel is mij niet duidelijk: voor vervreemding der klokken behoefde na het aanstellen der voogden niet meer gevreesd te worden. Wilde men vóórkomen, dat nog langer de geloovigen door het luiden der klokken in de kloosters ter kerke geroepen'werden? Maar kan men zich eigenlijk wel voorstellen, dat sedert de Alteratie en vooral sedert den beeldenstorm van 2 September 1578 de Roomsch-Katholieke eeredienst zóó in het openbaar uitgeoefend zal zijn?

Intusschen hadden er nog geregeld vrijwillige overdrachten van kloosters plaats. 4 Juli 1579 besloot de Vroedschap aan de regenten van de Leprozen, die het klooster van St. MariaMagdalena opt Spuytgen in de Nes wilden koopen, daartoe f 250 uit de kerkegoederen te verleenen3). Het klooster had toen aan jaarlijksche inkomsten van landen, erfpacht, oudeigens, huizen en losrenten f 536—19—0 en aan jaarlijksche uitgaven f4—2V2—0, maar was bovendien belast met de alimentatie van den pater, van elf nonnen en van twee oude vrouwelijke commensalen4). Het accoord tusschen de nonnen en de' Leproosmeesters kwam 14 Juli 1579 tot stand. Daarbij stonden de conventualen dadelijk al haar inkomsten af en beloofden het klooster eerstdaags te zullen ontruimen. De Leproosmeesteren stonden aan de nonnen toe haar roerende goederen als „huysraet en diergelycken niet nagelvast synde"

1) Hierna, bl. 255.

2) Rap. v. thes. 1579, fol. 188 v°. Ze werden betaald volgens eene ordonnantie van 5 October 1579.

») Res. Vr. No. 4, fol. 69: 4 Juli 1579.

4) Port. Oude Kloosters, in het omslag Klooster van Magdalena, een staat van inkomsten en uitgaven.

Sluiten