Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bleeckvelt mettet kcrckhoff ende steene put, zoe verre de conventualen tzelffde nyet en zouden moghen bewoonen als zy van oudts plaegen te doen mits gevende elcke geprofessyde conventuael haer leven lanck thyen gulden" 1). Toen de „fundateurs" en regenten van de verkoopplannen der Stadsi\egeering gehoord hadden, wendden zij zich tot Burgemeesteren met hei verzoek „hen vande coop nyet te willen frustreren, ende zoe mynen Heren zouden verstaen die coop gheen plaets te mogen hebben dat mynen Heren zouden belyeven te committeren enighe vuyten Raeden daer mede de supplianten moghen handelen ende verenighen naert behooren" Na eene lange discussie verklaarde de Vroedschap 31 December 1584 den koop onwettig en droeg ze eventueele onderhandelingen met de „fundateurs" op aan Burgemeesteren, thesaurierenen

1) Volgens Van Rijckeyorsel, t. a. pl., bl. 19, was dit contract in de zeventiende eeuw nog aanwezig in het archief van het Maagdenhuis, doch is sedert •rerdwenen. De nonnen sloten het contract met Aeltie Pieters Foppens en Jan Michielsz Loeff als „besorghers van de arme meyskens," waarbij zij het klooster verhuurden ter bewoning door de weeskinderen, „zoolang als zij, conventualen, de stad zouden uitgezet blijven,"

Deze laatste woorden zijn niet in overeenstemming met het meegedeelde op bL 18: „De zusters... schenen zich in de stad verspreid te hebben." Zij schijnen mij ook niet in overeenstemming met het historisch gebeuren: van een uitzetting van nonnen is ons uit geen enkele bron iets bekend. Ook uit de vroedschapsresolutie, waarin een deel van het request schijnt te rijn overgenomen, laat zich niet tot de uitzetting besluiten.

Ook de gedeeltelijkeverhuring schijnt op een ontnüming « tempos te wijzen.

Aeltie Pieters Foppens was een der beide stichteressen van het Weeshuis. T a. pl., bl. 3. Jan Michielsz. Loeff was de eerste bestuurder. T.apL.bl. 18.

2) Het request was geteekend door Aeltgen Pieter Fopsdr, endoorAgnyet Gerritsdr. - VAN Rijckevorsel, t. a. pl., bl. 19 zegt: „Hoe dit zijn moge. in 1585 zijn als mede-regentessen opgetreden Meyna Pieters Foppens, de zuster der stichteres, en Agniete Gerrits, die eene nicht dezer dame zal geweest zijn. De benoeming dezer laatste blijkt uit geen enkel geschrift, thans nog in het archief van het huis aanwezig: haar naam komt, op dit laar, echter voor op de Regentinnenlijst, die gemaakt is in het jaar 1739. toen het archief nog in het bezit was van vele boeken en stukken, die thans verloren rijn." De vroedschapsresolutie komt nu de achttiende-eeuwsche regentessenlijst bevestigen.

Sluiten