Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de veilingscommissie uit haar midden, In geval van onwil zouden de Burgemeesters zich „met sulcke middelen als zy goet vynden" in bezit „vande voornoemde partyen van tvoorsz convent" mogen stellen.

4 Januari 1585 werd Aeltgen Pieter Fopsdr., een der „gepretendeerde fundateurs"1), door de Burgemeesters in het bijzijn van twee schepenen van deze resolutie in kennis gesteld; „tgebruyck ende huyre" werd haar opgezegd tegen Mei a.s.2).

We zien hier dus, dat de stedelijke regeering de overdracht van het grootste deel van net St. Margaretha-klooster aan het' nieuwe Katholieke meisjes-weeshuis niet erkende maar vond, „dat die zelffde coop nyet en mach subsisteren als gedaen contrarye rechten." Indien het huurcontract tusschen het klooster en het Weeshuis werkelijk uit het laatst van 1578 of uit de eerste dagen van 1579 dagteekende, miste de stadsregeering mijns inziens het recht het contract als onwettig ter zijde te schuiven. Zij had zich immers in de eerste jaren steeds beroepen op art. 19 van de Satisfactie, waarbij de conventualen in het bezit van al hunne goederen hersteld waren, en had zich nooit bekommerd om de resolutie der Staten van 23 Mei 1577, waarbij aan de stedelijke regeeringen het beschikkingsrecht over de gebouwen en erven der kloosters binnen de steden gegeven Was. Slechts een contract gesloten na het tot stand komen van het Accoord tot afstand van de Satisfactie, dus na 20 December 1581, zou de stadsregeering rechtens hebben kunnen terzijde schuiven, omdat haar bij art. 9 de kloostergebouwen, -huizen en -erven waren toegewezen.

Wettig of onwettig, het besluit der stedelijke regeering moest gehoorzaamd worden. De weesmeisjes werden overgebracht

*) Dat de tweede stichteres Marij Laurensdr. Spiegel niet ontboden werd, en dat zelfs haar naam niet onder het request voorkwam, bevestigt Van Rijckevorsel's vermoeden, dat zij -sich omstreeks dezen tijd geheel aan het bestuur van het huis schijnt te hebben onttrokken. T. a. pl., bl. 19.

2) Res. Vr. No. 5, fol. 96 en 97. De Burgemeesters waren tevreden het loopende jaar huur „te Stellen aen tsegghen vanden Raeden gecommitteert tot vercopinghe vande huysen."

Sluiten