Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De onregelmatige en eigenmachtige wijze, waarop de Amstêrdamsche regeering in de bediening van het schoutambt had voorzien1), viel bij de betrokken autoriteiten niet in goede aarde. De Rekenkamer maakte de Staten erop attent, dat het schoutambt in Amsterdam „van drie maenden tot drie maenden by de Burgemeesteren aldaer" werd bediend2). Daar het op deze wijze onmogelijk was een commissiebrief uit te reiken en den eed af te nemen, verzocht de Prins van Oranje schriftelijk aan de Staten orde op de zaak te willen stellen. Deze hielden in Februari 1582 aan de Amstêrdamsche gedeputeerden voor, dat het hoognoodig was — daar het schoutambt door de Burgemeesters toch niet behoorhjk bediend kon worden — tot de „nominatie- ende.presentatie" van een schout volgens het octrooi over te gaan, „omme voorts daer inne. gedaen te moghen werden, als naer behooren". De toegesprokenen verklaarden daarop, dat zij zich, wat het schoutambt betrof, wilden gedragen naar het Accoord tot afstand van de Satisfactie, wat wel zooveel wilde zeggen, als geene inmenging in die zaak van wien ook te zuUen dulden. Zij verzochten niettemin „Notule van het voornoemde geproponeerde, omme haere Principaelen te remonstreren, ende antwoordt daer op inne te. brengen" 3).

De zaak schijnt daarmee in het vergeetboek geraakt te zijn 4): het duurde althans nog tot 8 November 1584, voordat de Burgemeesters een nieuwen schout — Willem van der Does — aanstelden. In het contract, dat ze met dezen sloten 5),

1581 =8 maanden [er staat bij vergissing 10 maanden] en 8 dagen. Voorlaatste betaling: Rap. v. thes. 1581, fol. 150 v°. J) Hiervoor, bl. 321 en 322.

2) Dit blijkt ook uit Rap. v. thes. 1582, fol. 86 en v°. — In Rap. v. thes. 1581, fol. 86 wordt gesproken over Burgemeester Reynier van Neck als „schoudt by provisie." Cf. ook hiervoor, bl. 318, noot 2.

*) Res. St. v. Holl. 1582, bl. 79: 22 Febr.

*) Misschien moeten we aannemen, dat de Burgemeesters de „preeminentie deser stede [= Amsterdam] competerende van tschoutambacht" met zooveel kracht hebben verdedigd, dat de Staten maar in het voortduren van den bestaanden toestand berust hebben. Hiervoor, bL 320.

5) Groot-Memoriael No. 2, fol. 159.

éJ^fS 21*

Sluiten