Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rieën, doch niet de tertiën dier vicarieën af. (Cf. Mr. J. F. van Beeck Calkoen, Onderzoek naar den rechtstoestand der geestelijke en kerkelijke goederen in Holland na de reformatie, bl. 200.)

VI

De onderhandelingen over de opdracht van de Hooge Overheid aan den Prins van Oranje in het .voorjaar en in den zomer van 1581 zijn geen voortzetting van die in Maart 1580.

Zonder nieuwe gegevens laat zich het aan Johan de Witt toegeschreven auteurschap van de ingelaschte hoofdstukken 29 en 30 in Dè la Court'fe Interest van Holland niet met zekerheid loochenen.

VIII

De derde grondstelling, door Mr. J. A. van Hamel in het Voorwoord van zijn werk Nederland tusschen de mogendheden geponeerd, laat zich in haar algemeenheid uit onze historie niet afleiden.

De stelling luidt: „Het gestadige gevaar, waardoor Nederlands zelfstandigheid wordt bedreigd, is': indien één groote mogendheid op 't vasteland 't overwicht boven de anderen nastreeft, en er daarbij noodwendig op uit zal zijn, ook de Nederlanden aan haar wil te onderwerpen."

LX

De spoedige uitgave van de oudste Amstêrdamsche vroedschapsresoluties en rekeningen is zeer noodzakelijk.

X

Het zou te betreuren zijn, indien het Nederlandsen-Historisch Scheepvaartmuseum buiten het gereorganiseerde Rijksmuseum of buiten een eventueel te stichten Historisch Museum werd gevestigd.

Sluiten