Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den 23 April 1429 vertrok Johanna met een klein leger van Tours. Gezeten op haar paard, in haar blinkend harnas, den wapperenden standaard in de hand, het zwaard van de Heilige Gatharina op zijde, deed zij haar intocht in Orleans.

Johanna°s standaard stelde Jezus Christus als Rechter voor, gezeten op de wolken. In de'eene hand hield Hij den wereldbol, met de andere zegende Hij twee leliën, Hem door twee engelen aangeboden. Ter zijde stonden de namen: „Jezus, Maria." Verder was het veld met leliën bezaaid. Het zwaard was op Johanna's aanwijzing te Fierbois achter het altaar opgegraven.

Den 29 April 1429 trok Johanna Orleans binnen, dat sinds zes maanden belegerd werd. Door geweldige uitvallen ontzette zij de stad. Ruim een week na haar komst, den 7 Mei 1429, moesten de Engelschen het beleg opbreken. Johanna was bij. den laatsten uitval door een pijl gewond, zooals zij het voorzegd had. Daarna bevrijdde zij het gebied der Loire, Auxerres en Chalons.

Nu moest een zeer gewichtig deel van Johanna's taak vervuld worden: Karel VII moest te Reims worden gekroond om door den zedelijken invloed, welke zijn kroning zoude uitoefenen, de door de wapenen behaalde overwinning te voltooien en te bevestigen. De Maagd voerde den Dauphin naar Reims, waar hij den 17 Juli 1429 als Koning van Frankrijk gekroond werd.

De nieuwe Koning aarzelde den oorlog tegen Frankrijk's vijanden door te zetten. Er was reeds bepaald, dat men onmiddelijk tegen Parijs zoude optrekken, maar Karel's raadslieden en Bourgondische vredesonderhandelaars hielden hem van dit plan terug. Met Bourgondië werd den 28 Augustus 1429 een wapenstilstand gesloten.

De bestorming van Parijs had op den 8 September plaats; Johanna werd aan den enkel gewond en uit het gevecht gedragen. Met dezen vruchteloozen aanval eindigden de groote overwinningen der Maagd.

Den 13 September trok de Koning af; verschillende aanvoerders keerden naar hun bezittingen terug. Johanna's zegetocht werd door de schuld van Karel gestuit. Slechts gedwongen volgde zij hem van de eene plaats naar de andere, maar kon zich in die werkeloosheid niet schikken. In het voorjaar van 1430 werden de vijandelijkheden van beide zijden hervat. Den 28 Maart 1430 verliet de Maagd het Hof en had den 15 April Melun veroverd. Hier voorspelden haar de Stemmen haar gevangenschap. Den 23 Mei werd zij dan ook bij een ongelukkigen uitval uit Gompiègne door de Bourgondiërs gevangen genomen. Omdat zij steeds weigerde haar eerewoord te geven niet te ontvluchten, werd zij zorgvuldig bewaakt. Zoowel te Beaulièu, waar zij eerst gevangen zat, als te Beaurevoir, waar zij van Juni tot einde September 1430 verhleef, deed zij pogingen om

Sluiten