Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderzocht en bepleit en de authentieke bewijzen aan het nageslacht overgeleverd, waarop haar onschuld en glorie onwrikbaar kunnen steunen. (')

IV: Herstel en Zaligspreking van Jeanne d'Arc.

De Engelschen hadden er op gerekend, toen zij Jeanne d'Arc op den brandstapel verbrandden, dat zij de voltooiing van het werk, hetwelk de door God gezonden Maagd aangekondigd had en hetwelk zij bij haar leven niet had kunnen volbrengen, onmogelijk konden maken. Zij zouden gelijk gehad hebben, bijaldien de zending van Jeanne d'Arc slechts een menschelijke zending ware geweest.

Maar Johanna wist, dat haar zending na haar leven haar zending bij haar leven zoude bekronen en voltooien. En dit zoude zoo waar zijn, dat — volgens haar eigen getuigenis — wanneer het God behaagde, dat zij zoude sterven, voor datgene volbracht was, waarvoor Hij haar had gezonden, zij na haar dood aan de Engelschen meer zoude schaden dan zij in haar leven gedaan had en dat ondanks haar dood alles vervuld zoude worden, waarvoor zij gekomen was."(2) „En zoo is het geschied," bevestigt diezelfde oog'getuige Thomassin, „door de genade van God, zooals blijkt en zooals het een bekend feit is in onzen tijd."

In de jaren, welke tusschen 1431 en 1455—1456, het jaar van het proces van herstel, verliepen, gebeurden de feiten, welke behoorden tot de zending van Jeanne na ~ haar leven. Zij had ze duidelijk omschreven bij plechtige gelegenheden te Ghinon, Poitiers, Rouen.

In 1435, den 21 September, verzoende zich hertog Philips vanBourgogne met den Koning van Frankrijk en teekende het traktaat van Arras, hetwelk aan Engeland zijn machtigen bondgenoot onttrok. Op den 4 September van hetzelfde jaar verloste de dood van den hertog van Bedford Karel VII van zijn geduchtsten vijand. Op den 15 April 1436 plantte maarschalk Isleadam de Fransche banier op de muren van Parijs, nam de Gonnetabel Richemont in naam des Konings bezit van de stad en trok Karel VII op den 12 November van het volgende jaar zegevierend de herwonnen hoofdstad binnen. In 1440 werd hertog Karel van Orleans, gevangene der Engelschen, uit zijn gevangenschap ontslagen, zooals de Heldin het menigmaal verzekerd had. Na de onderwerping van Parijs kwamen de provincies en de steden, welke nog in de macht der Engelschen waren, deels gewillig, deels gedwongen, weer in handen van Karel VII. Rouen, de hoofdstad van Normandië, kreeg hij den 10 April 1449

0 Ibid, p. 8.

f) Mathieu Thomassin, Procés, IV, p. 314.

Sluiten