Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V: Verschillende beoordeelingen van Jeanne d'Arc.

Tijdens het leven van Jeanne d'Arc en in haar eeuw bestonden er over haar drie gevoelens of richtingen.

1\ De verklaring van het Fransche volk, algemeen en spoedig verspreid ook in den vreemde: Johanna is een wonderdoenster; God heeft haar met de heiligheid iets van Zijn goddelijke almacht gegeven.

2e. De stelling der rechters en tegenstanders: Johanna wordt gedreven door den duivel, door een boozcn geest; zij is verdacht; zij veinst; zij is kettersch en godslasterlijk; zij is een toovenaarster, een afvallige.

3". De verklaring van het Hof, welke vooral in het proces van herstel verdedigd werd: Johanna werd door God gezonden met een zending om Frankrijk te redden bij het beleg van Orleans en den Koning te Reims te doen kronen. Daarna was haar zending geëindigd. Het tribunaal van Rouen heeft een onschuldige veroordeeld.

Alles samengenomen nemen deze drie verklaringen een buitenmenschelijke tusschenkomst aan.

In de eeuw van Johanna zelf waren er ook meer behoedzame verklaringen, Paus Pius II verhaalt de krijgsdaden van Johanna en zegt: „Of dit het werk van God of dat van de menschen was, zou ik niet kunnen zeggen." (')

De Heilige Antoninüs van Florence was even voorzichtig in zijn verklaring: „Zij was in alles bewonderenswaardig; onder welke ingeving zij stond, wist men niet. Maar men meende wel, dat het die van den Heiligen Geest was. Dit volgde uit haar daden, waaruit niets tegenstrijdigs met de zeden, niets bijgeloovigs, niets tegenstrijdigs met het geloof bleek."

Rome was niet zoo beslist in het vraagstuk van de wonderen, de profetiën, de visioenen. Het Breve van Paus Pius X viert „de heldhaftigheid der deugden van de eerbiedwaardige dienares van God Jeanne d'Arc, Maagd;" — maar zonder martelares er bij te voegen. Er wordt gezegd, dat zij, nog jong zijnde, „de stem van Michael, den vorst der hemelsche heermacht", gehoord heeft; dat zij „ontroerd werd door ingevingen van den hemel", „gedreven door een goddelijken geest", dat zij steunde „op hemelsche raadgevingen", „dat God dit arme boerenmeisje, hetwelk zelfs niet kon lezen, begiftigd heeft met wijsheid, met wetenschap, met militaire begaafdheid en zelfs met de kennis der goddelijke geheimen." Deze tusschenkomst van God wordt echter slechts in zachte bewoordingen aangeduid: „Zoo streed de hemel tegen de vijanden van den Franschen naam; zoo werd het vaderland wonderbaar bevrijd: de

O Mémoires, IV, 518.

2

Sluiten