Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een deel der verantwóórdelijkheid en zijn zij niet van schuld vrij te pleiten.

Veronderstel, dat handlangers van een vorst op zijn bevel iemand vermoorden, dan blijft die vorst niettemin de verantwoordelijke en schuldige bewerker van dien moord. En wel de hoofdschuldige. Zoo ook hebben Kerkelijke personen, door Engeland omgekocht, een bisschop, prelaten, doctors, Jeanne d'Arc ter dood verwezen. Maar zij hebben dit gedaan slechts in zooverre als zij uitvoerders waren van de orders van hun principaal de Engelsche Regeering; daarom is deze Regeering op de eerste en de voornaamste plaats verantwoordelijk. De schuld van den heer in zulk een geval is altijd grooter, veel grooter, dan die van den knecht, om het even of hij staf en mijter voert.

De snoodheid, de veilheid, de kuiperij der rechters van Rouen, die zich aan Engeland verkocht hadden, zijn de eenige oorzaken geweest van het vonnis, tegen Jeanne d'Arc uitgesproken; de Inquisitie heeft haar rechten in dit geding niet doen gelden; de rechters van Jeanne hebben hun vonnis niet kunnen vellen zonder de grondregels van deze rechtbank te schenden; een onafhankelijk tribunaal1, dat in dezelfde zaak uitspraak had moeten doen en dat zich strikt aan de eischen der Inquisitie van dien tijd zoude gehouden hebben^ zoude tot een tegenovergestelde beslissing zijn gekomen; deze historische feiten kan niemand ontkennen, of hij moet de geschiedenis verminken en verdraaien.

Hiertegen werpt men twee moeilijkheden op en men stelt den Heiligen Stoel en de Kerk verantwoordelijk voor het snoode proces van Rouen.

De verantwoordelijkheid van de Kerk, zegt men, kan in dezen niet ontkend worden, want het is onbetwistbaar, dat de rechtbank van Rouen waarachtig een rechtbank van de Kerk was; bijgevolg waren de rechters volgens het recht de eigen en gevolmachtigde vertegenwoordigers van den Heiligen Stoel. Hieromtrent bestond tusschen hen en Rome een band, dien men niet zou kunnen verbreken of verzwakken. En zoo de Paus Jeanne voor zijn rechterstoel gedaagd had, zoude zij waarschijnlijk veroordeeld zijn geworden.

Daar is nog een ander feit, zoo gaat men voort, waaruit de verantwoordelijkheid van de Kerk' blijkt, het is de aanwezigheid van den Inquisiteur bij de zittingen en de handelingen van het proces. Immers, van wien was de Inquisiteur in die omstandigheden de vertegenwoordiger, tenzij van den Heiligen Stoel en van de Kerk? Is hij niet in hoedanigheid van „afgevaardigde van den Heiligen Stoel en van den Paus zeiven" in het geding van Rouen opgetreden? En beroept zich het Kanoniek Recht niet op deze hoedanigheid, wanneer het den inquisiteur-rechter boven den bisschop,

Sluiten