Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons bij het geval van den Vice-inquisiteur Jean Lemaitre; naar dit kan men de andere beoordeelen.

Voor hij zitting nam aan de zijde van den bisschop van Beauvais in hoedanigheid van rechter, op bevel van den Groot-Inquisiteur Jean Graverent, had Jean Lemaitre, Vice-inquisiteur, te Rouen resideerend, hij herhaling geweigerd om aan het proces deel te nemen. Maar eenige van zijn vrienden brachten hem onder 't oog, dat hij hi levensgevaar zou zijn, bijaldien hij bleef weigeren. Hij nam er toen aan deel, maar onder den druk der Engelschen." „Ik zie wel," zeide hij vaak tot Jean Massieu, van wien wij deze bijzonderheden hebben, „dat het leven op het spel staat, zoo men niet doet volgens den wil der Engelschen."

Getuigenis, welke een der bijzitters van het proces, Meester Nikolaas de Houppeville, door de volgende verklaring bevestigde.

„Ik kan verzekeren, dat de Vice-inquisiteur gedurende heel hei proces aan de uiterste angst ten prooi was. Menigmaal was ik getuige van zijn groote benauwdheid en radeloosheid." 05

Maar wat al de sluiers verscheurt en toont, dat de poppenkast van het kerkelijk proces slechts een versiering was, welke het ware proces verborg — proces van staatswraak — dat is de brutaliteit, waarmede de bisschop van Beauvais zelf en zijn handlangers bejegend werden, toen de Engelschen waanden, dat de Maagd aan den brandstapel ging ontsnappen.

Op den dag zelf der afzwering begaven zich Petrus Gauchon en verscheidene meesters en doctors naar den burcht van Rouen om eenige woorden van bemoediging tot de gevangene te richten. Bij hun terugkeer „trokken woedende soldaten hun zwaard tegen den bisschop en de doctors, die hem vergezelden, gereed om hen te treffen."

Hetzelfde feit herhaalde zich, op de volgende dagen, tegenovei de meesters Jean Beaupère en Nicolaas Midi, meester Pierre Maurice en frater Isambard, griffiers van de rechtbank, en kanunnik Andreas Margueric, aartsdiaken van Evreux. Een soldaat zwaaide zijn bijl boven het hoofd van meester Andreas Marguerie en schold hem: Verrader van Armagnac. De aartsdiaken redde zich door de vlucht, maar bleef geheel ontsteld en ziek. (")

Hiertegen werpt men een paar moeilijkheden op.

Eerste moeilijkheid. — Quicherat en de geschiedschrijvers van de Franco-cauchoniaansche school beschuldigen de Kerk, dat zij dt* Maagd te Rouen heeft veroordeeld; en nadat de Kerk haar in 145b

0) Procés, t. III, 153, 172.

0) Ph. Dunand, Jeanne d'Arc et l'Eqlise, Paris 1908, 70—74 en Procés, t. TIL 158, 180.

Sluiten