Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kostbaarder overwinning dan haar grootste zegepraal over de Engelschen ooit had kunnen zijn; het was de overwinning over zich zelf, de overwinning der onderwerping aan den goddelijken wil, de overwinning over het eigenmachtige vasthouden aan al haar groote ontwerpen ert plannen, in wier eerste rij do glortëvolle intocht in Parijs aan de zijde van haar veelgeliefden koning, in wier verloop een tocht over de zee naar Engeland en in wier voltooiing een groote kruistocht tegen alle vijanden der door haar zoo vereerde Kerk, tegen Hussieten en Sarracenen, als even zoovele leidsterren haar verdere oorlogsbaan bepalen zouden. Zij hield zich en was ook, voor zoover menschelijke berekening hier oordeelen mag. geroepen haar verdrukt land te helpen; het'teeken van haar zending was Orleans; zij heeft het gelosd. Voor haar verdere persoonlijke deelname aan dit bevrijdingswerk was zij op haar eigen inzicht aangewezen en nooit hebben haar de Stemmen, ten minste niet na de kroning te Reims, een andere wapendaad bevolen. Geduld, onderwerping, vertrouwen in het lijden, dit is voortaan de dagelijksche opwekking der Stemmen. Wij begrijpen nu nog beter de uitdrukking der Maagd in den brief aan de Engelschen, haar levendigen wensch den Hertog van Orleans te bevrijden, haar wensch naar het wederzien te Parijs. Wat echter de Maagd als zekere, onvoorwaardelijke voorzeggingen van hare Stemmen aangeeft, werd alles verwezenlijkt, schoon niet altijd in den zin, gelijk zij het opgevat had. De Heiligen moesten geduld met de zwakheid van haar beschermelinge hebben; zij mochten haar nog niet de geheele, voor de slechts bevrijding en overwinning droomende Maagd zoo verschrikkelijk vreeselijke waarheid van haar vuurdood zeggen; zij moesten haar eerst leiden en besturen en staande houden, als een kind aan de teedere moederhand, door de bittere school van het lijden heen " ft

Deze laatste episode in het hartroerend drama is ook een doorslaand bewijs," dat de visioenen en voorspellingen der Maagd geen uitgeworpen stralen van haar eigen geest waren. „Gelijk zij vroeger," zegt Guido Görris treffend, „naar de overwinning en de redding van Frankrijk verlangd had, zoo verlangt zij nu naar haar eigen vrijheid. Zij had daartoe met gevaar van haar leven en zelfs tegen den wil van haar Heiligen pogingen aangewend; zij had hen vaak

vurig daarom gebeden Waren dus al haar verlangens op hulp

en redding gesteld, kan men dan niet aannemen, dat, bijaldien haar verschijningen niets dan de beelden van een overspannen, ziekelijke verbeelding geweest waren, zij haar ook nu het lang verbeide bericht van haar bevrijding uit den kerker verkondigt zouden hebben, evenals vroeger de verheffing van Frankrijk uit zijn hopelooze vernedering ! (")

(') Stimmen min Maria Laach, 1889, p. 35—36. O Guido Görres, Junqfrau von Orleans, 260. — Stimmen aus Maria-Laach, 1889 p. 36—37.

Sluiten