Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij weet, waar zij heengaat, en zij weet, waarom zij gaat; zij is niet onkundig van hetgeen haar ontbreekt en van de onevenredigheid van haar persoon tot de opgelegde taak. Maar wat beteekent dat, daar God het wil? Kan God niet alles, wat Hij wil?

Zoo begint het verhaal van dit leven allereerst met het wonder, een dubbel wonder, wonder van de zending, wonder van de vervulling. Zij verklaarde, dat het bewijs het feit zelf zoude wezen. Tot de geestelijken van Poitiers, die haar „een teeken" vroegen, zeide zij: „In den naam Gods, ik ben niet naar Poitiers gekomen om teekenen te doen, maar breng mij naar Orleans en ik zal u het teeken toonen, waarvoor ik gekomen ben..(')

Derhalve aangaande het voornaamste punt veranderde zij nooit: „Zij is door Gód gezonden." n

„Het minste is het haar getuigenis over haar zelve van haar te aanvaarden. Zij liegt nooit; zij overdrijft niets; bij iedere gelegenheid brengt zij hen, die de geestdrift in haar omgeving overspannen maakte, tot gematigdheid en gezond verstand terug. Wat zij zegt, denkt zij; wanneer zij het niet weet of wanneer zij het niet wil zeggen, zwijgt zij; men moet haar gelooyen." (*)

Van den aanvang harer loopbaan af tot aan den uitslag, de zalving te Reims,, verhief Johanna zich, om zoo te zeggen, van trap tot trap, het tegenwoordige door de toekomst bevestigend, maar ook steeds winnend met behulp van steeds uitgebreidere en te voren aangekondigde ondernemingen. Dit is de handelwijze van alle groote geesten: zij geven aan ennztj'doen. Men zeide, dat zij zeer goed sprak, „multum bene loqiiebatur," en dat zij een groote aantrekkelijkheid uitoefende. (4) Vooral had zij gezag, dat is, een aangeboren gaaf van te bevelen aan krachtige en belangelooze personen. Door een drijfkracht, welke steeds met een forsch besluit en plan begon, sleepte zij de gemoederen mede, „en God deed het overige

Nadat zij aldus op de verbeelding had ingewerkt, maakte zij zich daarvan door haar toon van vertrouwen en zekerheid meester, n

Er ligt verband tusschen de feiten: ziehier' een nieuwe daad, welke de geleidelijke overtuiging, die aan het Hof moet mede* gedeeld worden, tot steun dient, namelijk de krijgstucht. Johanna doorkruist met haar kleinen troep te paard heel Frankrijk zonder in het minst gevaar te loopen, ondanks het groot getal vijanden en baanstroopers, welke de wegen bezet houden; men sprak van een wonder. Haar gedrag, haar omzichtigheid, naar godsvrucht, haar liefde, haar fiere reinheid overtuigden allereerst haar tochtgenooten, de eerste getuigen van die Hegira, zij, die het eerst verkondigen, dat zij werkelijk door God gezonden is. (")

O Procés, III, 205.

(2) G. Hanotaux, 1. c. 481—482.

O G. Hanotaux, 1. c. 482.

(') Procés, II, 450; III. 31.

O G. Hanotaux, 1. c, 495—496.

(') Procés, II, 437, 457.

Sluiten