Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. haar loopbaan," zoo schrijft terecht generaal Frederik Canonge, die hierbij herinnert aan eenige getuigenissen van tijdgenooten van Jeanne en die ook het gevoelen vermeldt van een uitstekend overste der Fransche legers generaal Davout, hertog van Auerstaedt: „Toen il; te Orleans in garnizoen lag, heb ik Jeanne voet voor voet gevolgd op het terrein van haar marschen en tegenmarschen, en ik ben tot deze gevolgtrekking gekomen, dat zij als een volleerd generaal was opgetreden." (')

Denzelfden indruk zal op ieder weldenkend mensch maken een gedetailleerde, door een competent en niet vooringenomen man uitgevoerde beschrijving van het langdurige beleg en de spoedige bevrijding van de vaderlandslievende stad, aan wier lot toen de toekomst vaiuFrankrijk scheen gebonden te zijn. (2)

Met een even groote vrijheid en kracht paarde Jeanne de godsdienstige en bovennatuurlijke middelen aan die van de natuur en van haren stand. Wij weten door haren aalmoezenier, den Augustijn Jean Pasqnerel, hoe zij haar leger disciplineerde. Zij liet een vaandel maken, waarop het beeld van den gekruisigden Zaligmaker geschilderd was. Tweemaal daags, des morgens en des avonds, verzamelden zich de priesters op haar bevel rondom deze banier en zij hief met hen antiphonen en lofzangen ter eere van de Heilige Maagd aan. De soldaten snelden toe om aan deze heilige oefeningen deel te nemen. Maar Jeanne liet hen niet toe, tenzij zij dien dag gebiecht hadden. „Biecht," zeide zij tot hen, „en gij zult tot onze samenkomst worden toegelaten." De priesters rondom de banier stonden altijd gereed om de biecht van hen te hooren, die het vroegen. (3) De griffier van,het stadhuis te la Roebelle, een tijdgenoot, getuigt: ,.De Maagd leidde een zeer heilig leven, biechtte en communiceerde zeer dikwijls en bewerkte, dat ook de koning, de legeroversten en hun soldaten het deden." (') De vurige godsvrucht van Jeanne ontvlamde meer en meer door haar voortdurenden omgang met de Stemmen en de Verschijningen en verhief zich tot den hoogsten graad van bet ascetische en mystieke leven. Het steunde evenwel op zeer degelijke grondslagen en was niet enkel het werk van gevoel of verbeelding.

De genade, zoo zeggen de godgeleerden, vernietigt de natuur niet, maar verheft en volmaakt ze. Het is wellicht goeddeels uit onwetendheid van dit juiste begrip, dat men met zulk een halstarrigheid het zonneklare bovennatuurlijke bestanddeel afwijst en dat

(l) Fr. Canonge, Jeanne d'Arc querricre. Paris 1907, p. 87, 91, 122.

{ ) M. Sepet, 1. c. p. 15—16. H. Barande, Le Siège d'Orleans et Jeanne d'Arc in Revue des Questions historiques. Juli en October 1906 en Januari 1907.

C) Procés, III, p. 104—105.

(*) Revue Hislorique, t. IV, p. 336.

Sluiten