Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alssmen mot aandacht het proces yan Rouen bestudeert, dan moet de matelooze en duivelïlche sluwheid en doortraptheid van dat geding opvallen. De gewone aanklacht van tooverij en ketterij was slechts het punt van uitgang. Reeds bij de eerste- ondervragingen zag Gauchon zeer goed, dat hij daarmede niet kon doorgaan; hij behield die beschuldiging alleen om de goegemeente zand in de oogen te strooien en om zijn eigenlijke aanklacht te versterken. De hoofdbeschuldiging, waarop de veroordeeling eigenlijk moest steunen, liet hij uit het proces zelf voortkomen. Jeanne kon niet twijfelen aan het beslaan van haar Stemmen, aan de werkelijkheid der verschijningen van den Heiligen Michaël en van de twee andere Heiligen, evenmin als zij kon twijfelen aan haar eigen bestaan en aan dat van haar heldendaden. Juist op deze overtuiging bouwde de verschrikkelijke wetgeleerde en onverzoenlijke sophist zijn lagen op. Hij richtte tot de beschuldigde een rechterlijke sommatie om haar visioenen, haar inspiratie, haar zending aan het gezag der Kerk te onderwerpen. Welnu: dan moest een van tweeën 'gebeuren: of wel hij zou deze onderwerping hoe dan ook verkrijgen, en dan zou hij als de Kerk optreden, door list en geweid ieder beroep op een hooger gezag uitsluiten, de visioenen van Jeanne veroordeelen en haar dwingen om deze veroordeeling, welke haar werk zóu vernietigen, te onderschrijven; vervolgens zou hij, wanneer Jeanne aldus onteerd en bovendien geneigd was om te herroepen, om zich te verzetten, gemakkelijk een middel vindep om haar tot een of andere schijnbare fout, tot een of andere herValling, waart op men haar dan kon veroordeelen, te verleiden. Of wel, Jeanne zou beslist weigeren om voor een rechter, die slechts schijnbaar de Kerk, maar in werkelijkheid Engeland vertegenwoordigde, in de verste verte te twijfelen aan de zending, die haar door God was opgedragen, aan haar nog altijd voortdurende gemeenschap met haar hemelsche raadslieden, en dan zou Cauchon haar veroordeelen als kettersch. Dat was de knoop van het „schoone proces."

De verheven zending, welke Jeanne aannam in haar worsteling met dezen sluwen en wreeden rechtsgeleerde, door enkele hem waardige handlangers geholpen, is een der smartelijkste en schoonste tooneelen uit de geschiedenis der menschheid. Nooit was de heldenmoedige maagd meer waar, meer levend, meer bovennatuurlijk. Haar christelijke, maagdelijke antwoorden schitteren Van een hemelsch licht. Vooral is hier haar gaaf van voorspelling haar bhk m de toekomst, merkwaardig. In het verhoor van den len Maart 1431 ondervroeg Gauchon haar aangaande haar vermaarden brief aan de Engelschen. Jeanne roept in vervoering uif Voor zeven jaren verloopen zijn, zullen de Engelsehen een veel grootere winst verliezen dan zij voor Orleans verkregen hebben. De Engel-

Sluiten