Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIJN DOCHTERKE.

Toen 'k jou berispte, o kleine dochter mijn, lookt jij je oogewimp'ren ingetogen,

je lipjes sloot je toe en diepe schijn van gloed had hals en wangen overtogen.

Als in een ban hield jou mijn stem en oog; je hoofdje boog, je liet je handjes hangen

langs 't rokje slap, geen haarke aan jou bewoog: zoo leekt jij mij een vogeltje gevangen. Toen was 't op eenmaal over mij gekomen,

mijn dochterke, mijn schat, hoe was li verrukt! Ik heb je in mijn armen opgenomen

en aan mijn hart gedrukt

Sluiten