Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prof. Ritzema Bos was zoo vriendelijk, ons dezer dagen de bewuste slakken (5 ex. op liquor) toe te zenden. Daar ze echter aanmerkelijk gecontraheerd zijn en geen vlekken meer vertoonen, alleen nog een spoor van banden, zooals die bij A. circumscriptus voorkomen, schijnt mij een determinatie naar het uitwendige voorkomen te gewaagd. De genitaalopening, die'bij Geomalacns ongeveer aan de basis van den voeler moet liggen, is daar niet waar te nemen, en, om het beste kenmerk, de inwendige schelp te zien, zou een exemplaar opgeofferd 'moeten worden. Wat dit kenmerk betreft, schrijft de Heer Schepman mij, na bezichtiging der exemplaren: „of er een inwendige schelp voorhanden is, kan ik niet zeker vaststellen, maar bij Limax is er toch altijd wat van te zien of te bemerken, bij uitwendige waarneming; hier vind ik niets van dien aard. Wel zie ik uiterst kleine korreltjes, zooals ik die ook bij genoemden Arion (= Arion circumscriptus Johnst.) vind".

Juist voor het ter perse gaan van deze aanteekeningen mochten wij van Prof. Ritzema Bos een exemplaar voor anatomisch onderzoek ontvangen.

Uit dit onderzoek, dat door den heer Schepman werd uitgevoerd, bleek, dat we hier inderdaad met een Arionsoort te doen hebben:

1°. een inwendige schelp ontbreekt.

2°. de middentand van de radula vertoont 3 spitsen zooals bij alle inlandsche Arionsoorten. Geomalacus heeft 'een éénspitsige middentand.

We kunnen Geomalacus maculosus Allm. dus voor onze fauna schrappen.

4. Euparypha pisana Müll.

In 1912 vonden wij een ledige schelp in een tuin aan de Weesperzijde te Amsterdam, daar ongetwijfeld met afval neergeworpen. Een onderzoek bij den kruidenier eenige huizen verder leverde mij onmiddellijk 3 leege schelpen uit een zak pinda's.

't Is dan ook buiten quaestie, dat deze vondst voor onze fauna volkomen waardeloos is.

6. Ovatella bidentata Mont.

Geyer noemt in zijn overigens zeer aan te bevelen determineerwerkje') Ovatella bidentata Mont. een Duitsche soort. Hier schijnt echter een vergissing ingeslopen, daar de beschrijving overeenkomt met Phytia Drap. een basommatophoor uit de fam. der Auriculidae, die in 't brakke water van Engeland, Nederland en Duitschland leeft. Op onze lijst staat ze vermeld van de Zuiderzee, de Waddenzee en de Oosterschelde.

Voor zoover wij weten is Ovatella bidentata Mont. noch in Nederland, noch in Duitschland aangetroffen.

1) Geyer, Unsere Land- u. Süsswasser-Mollusken. Aufl. 1909.

Sluiten