Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buizen vergeleken worden, en die een belangrijke factor zijn om de Arthropodeh-verwantschap in het licht te stellen. Overigens veroorzaken de beide lange tandjes, die, naast den pharynx gelegen, in de mondholte kunnen gestooten worden, ons bij het zoeken naar analogiën, grooten last, omdat soortgelijke organen noch bij Wormen noch bij Arthropoden te vinden zijn. Want de stiletten bij Nemertinen of bij Argulus, en de kauwwerktuigen van Rotatoria en Chaetognatha (om maar enkele te noemen) zijn van geheel verschillenden aard en mogen niet ter vergelijking gebruikt worden. De Tardigraden blijken hoe langer hoe meer een geisoleerde plaats in te nemen. En wat ademhalingsorganen en vaatstelsel aangaat verkeeren zij ook op lagen trap van ontwikkeling. Tracheen of kieuwen zijn niet aanwezig en een hart met bloedvaten ontbreekt eveneens. De kleinheid der diertjes brengt mee, dat de haemolymphe de inwendige deelen aan alle zijden gemakkelijk kan omspoelen en dat ademhaling door de huid voldoende is om in de behoefte aan zuurstof te voorzien. Dit alles zijn eigenschappen, die zij trouwens met andere diergroepen gemeen hebben, welke zich eveneens door geringe lichaamsgrootte onderscheiden, Rotatoria bijvoorbeeld.

En nu ten slotte de generatieorganen en de ontwikkeling. Ook hier hebben wij met moeilijkheden te kampen bij het vergelijken, omdat de geslachtsklier enkelvoudig en dorsaal van den darm gelegen is. De testis mondt door twee uitvoerbuizen aan weerszijden van den darm uit (Henneke), en ook het ovarium is op soortgelijke wijze gebouwd, ofschoon een der oviducten niet tot ontwikkeling komt (Basse). Alleen deze wetenschap laat de mogelijkheid open van twee oorspronkelijke geslachtsklieren, die tot een onpaar mediaan orgaan vergroeid zijn. En dan zou vergelijking met de generatieorganen der Arthropoden mogelijk worden. Van het grootste belang blijft daarom een nauwkeuriger kennis der Ontwikkelingsgeschiedenis. Want ofschoon von Erlanger wel uitvoerige mededeelingen doet, dragen deze zoozeer den stempel van den tijd waarin zij geschreven werden, dat een bevestiging ervan van andere zijde gewenscht is, alvorens de vermelde feiten als argumenten kunnen gebruikt worden ten dienste van systematische beschouwingen. Twee punten zijó er in zijn onderzoek, die vooral belangrijk zijn. Ten eerste, dat het achterste pootpaar vroeger dan de drie voorste wordt aangelegd; en ten tweede, dat achter den anus een klein segment groeit, dat spoedig weer verdwijnt, en dat misschien, zoo oordeelt de schrijver, als een rudimentair postabdomen mag worden beschouwd. Ook vermeldt hij het ontstaan der gonade als dorsale onpare uitstulping van den middendarm.

Vatten wij alles te zamen wat de feiten ons tot nu toe hebben aangebracht, dan noem ik als punten van gewicht de volgende:

1. De eigenaardige, gemetamorphoseerde borstelvormige klauwtjes, die dus op verwantschap met de Anneliden zouden wijzen.

2. Het bezit van eenvoudige parige uitgroeiingen (Malpighische buizen) aan den einddarm, een kenmerk dus van alle echte Tracheaten. Maar als von Erlanger blijkt goed te hebben waargenomen, dan zijn deze deelen uitbottingen van den middendarm, en kan de vergelijking dus niet juist wezen.

3. Het allereenvoudigste gewricht aan de pootstompjes, dat nadere overeenstemming met Arthropoden aangeeft.

4. Het zenuwstelsel, dat als bij Arthropoden is samengesteld, hoewel het op zich zelf geen hinderpaal kan wezen voor nadere verwantschap met hoogere Wormen, en dat toch op niets anders wijst dan op den oorspronkelijk metameren bouw van het Tardigradenlichaam.

5. De vier paar pooten, waarvan de eerste drie bijeen behooren, terwijl het laatste paar, door zijn ligging aan het achtereinde van het lichaam naast den anus, aanleiding is geweest voor nadere vergelijking met de „naschuivers" der insectenlarven.

6. De totale en nagenoeg aequale klieving van het ei, en het volmaakt ontbreken eener metamorphose.

Uit den ontwikkelingsgang, die onder het laatste nummer is genoemd, blijkt, dat de Tardigraden zich volstrekt niet laten rangschikken onder de Arthropoden, maar tevens, dat ook vergelijking met de Anneliden op bezwaren stuit, wegens het gemis van eenigen larvevorm. Alleen

Sluiten