Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op stille uren van morgen en voor-avond meest — de eigenlijke „Balzzeit" — konden wij den eigenaardigen kraanvogeldans waarnemen; in hoofdzaak door het cf uitgevoerd, dat allerlei speelsch-statige passen afgewisseld door uitgelaten sprongen ten beste geeft, een en ander onder herhaalde, diepe buigingen en bekoorlijk vertoon van vleugelspreiden.

Het 2, immer nog ingetogen den cf uit den weg gaande, beantwoord diens herhaalde liefdesbetuigingen aanvankelijk slechts met een zacht-koerend geluid van instemming, totdat zij ten slotte in 't voetwortelgewricht neerhurkend met half geopende vleugels, door den haar bij den hals vastgrijpenden en op den rug springenden cf in enkele minuten bevrucht wordt. De paring wordt dan besloten met een eendrachtig aangeheven trompetgeschal.

Door de naburige kraanvogels — de na-verwante soorten althans — wordt op alle trompetteren van het paar immer spontaan geantwoord, welke instemming echter niet zoozeer van sexueelen dan wel van socialen aard mag worden geacht. Evenals de lok- en waarschuwingsroepen en de alarmkreten van in troepen de takken afreizende of gemeenschappelijke vluchten uitvoerende vogels komt ook dit wederzijds aanroepen der kraanvogels neer op een collectieve gemoedsuiting, waarin een primitief saamgehoorigsheidgevoelen instinctmatig geuit wordt.

Genesteld wordt aan den waterkant; cf en 2 dragen beiden stroo uit het nachthok aan. Na eenigen tijd worden met drie dagen tusschentijd de beide eieren gelegd, die toegespitst eivormig zijn en op olijfgroenen in 't bruingele trekkenden ondergrond onregelmatig bruingevlekt, in dier voege dat naar den top toe de vlekken dichter opeen liggen en daar veelal een bruine poolvlek vormen. De doffe schaal is stevig en korrelig van structuur, de afmetingen bedragen 93 x 56 m.m.

Beide vogels broeden afwisselend. De bebroedingstijd bedraagt 30 dagen. Van nu af aan schijnt het 2 meer in 't bijzonder als omzichtig toeziende moeder in de onmiddellijke nabijheid der kuikens te blijven, terwijl de (f als strijdlustig bewaker van den huwelijksschat optreedt, door voortdurend plechtstatig langs de hekken schrijdend de naburige vogels op afstand te houden. De haan —■ althans bij ons paar — belast zich ook in hoofdzaak met het aanbrengen van voedsel.

De huikens laten zich als echte „nest-vlieders" kennen. Ze blijven hoogstens een dag op 't nest liggen, om dan terstond met de ouders mede te loopen, die hen echter bij tijd en wijle weer op 't nest terugvoeren om ze te koesteren. Beide ouders — in tegenstelling tot de Ardeidae — nemen de jongen aanvankelijk onder, later terzijde van 't lichaam onder de vleugels, of zelfs wel op den rug, welk laatste instinct (want hier is blijkbaar geen verworven „gewoonte" in 't spel) zoowel bij Gruidae als bij Cygnidae voorkomt.

Het donskleed is aanvankelijk geelachtig wit; op vleugels, rug en kruin echter treedt al spoedig een bruine verkleuring op, aangezien daar ter plaatse met drie weken de eerste bruin-getinte pennen van het jeugdkleed komen doorbreken. In den nu volgenden tijd zien de potsierlijk met de behoedzaam rondstappende steltpooten van het ouderpaar mee-tippelende kuikens er allerparmantigst uit, op hun nog onevenredig korte en dikke waadpootjes, en met hun kortgesnaveld kopje op den aankomenden, maar nog' alle sierlijkheid missenden kranenhals, soms „neuswijs" in de lucht (zie bijgaande foto). Beide ouders — bij ons paar echter voornamelijk het cf, dat het ijverigst voerde, terwijl het 2 den kuikens soms wel de lekkere beetjes voor den snavel wegsnoepte — belasten zich met de voedering, en wel in dier voege, dat ze hunne jongen van stonde af aan tot pikken opwekken. Telkens komt — zoogezegd vooral het cf — met een gevangen vlieg of eenig ander insect, of wTel met van Artis-wege verstrekte mierenpoppen, meelwormen of fijn-gehakte visch in den snavel naar de kuikens toe, het hapje schijnbaar onhandig „serveerend" want latende het — onder 't maken van een koerend geluid — vlak voor het kuiken op den grond vallen. Pikt nu 't jong niet terstond toe, zoo wordt het hapje opnieuw opgenomen en aangeboden. Somwijlen ook nemen de ouderlijke snavels het hapje in 't vuur hunner voederplicht van elkaar over, om het een der kuikens voor te houden.

Al spoedig hebben de aanvankelijk ook zonder ouderlijk toedoen instinctmatig „voor 't vaderland wegpikkende" kuikens hun pik-reflex volgens het trial-and-error systëem geleerd te beteugelen, en niet alleen de geoefendheid verkregen om goed-gecoördineerde pik-bewegingen uittevoeren, maar daarbij ook tevens de door cle ouders voorgehouden lekkernijen leeren

Sluiten