Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze duif is geenszins zeldzaam; men ziet haar echter niet zeer dikwijls door haar groote schuwheid en haar leven in het lage struikgewas. De eieren zijn niet wit van kleur, doch isabelle.

1 ei. Batang Kwis, voorjaar 1914. .27X21 m.M.

VI. RALL1DAE.

21. Hypotaenida striata (L.).

a, b. Medan. 1912.

c. » 20 Juni 1912.

d. » Augustus 1912.

e- » 3 October 1912. 20 c.M. Zand, resten van een water wants.

Algemeen, maar wordt lang zoo dikwijls niet waargenomen als Amaurornis phoenicura (Forsten); zij komt minder op open plaatsen en leeft meer in het gras.

De eieren varieeren in vorm van kort gedrongen tot langwerpig ovaal; de grondkleur loopt van zeer weinig geelrood-aangeloopen wit tot licht bruingeel; de vlekken en vlekjes, die het meest op cle stompe helft gegroepeerd zijn, maar ook op de andere vrij veel voorkomen, ziju van licht paarsgrijs tot roodbruin en paarsrood, meestal eenigszins in de lengte gerekt; de grootte der vlekken is verschillend bij verschillende eieren; sommige eieren zijn gevlekt, andere noemt men beter gespikkeld, maar altijd is het grootste deel der oppervlakte ongevlekt.

4 eieren, (één legsel). Medan. 11 Juni 1915. Het nest bevond zich tusschen laag struikgewas ver van water. 31 X 24, 32 X 25 m.M.

2 eieren. Batang Kwis. December 1913. 29 X 25 m.M. 2 eieren. Batang Kwis. Juni 1915.

10 andere eieren hebben nog "deze atmetingen: 30 X 25, 31 X 22, 31 X 23, 32 X 23 32 X 24, 33 X 25, 34 X 25 m.M.

22. Poliolimnas cinereus (F!).

8 exemplaren, jong, overgangskleed en oud, vnl. uit de buurt van Medan.

Zeer algemeen in moerassen.

De eieren zijn kleiner, en veel dichter en regelmatiger gevlekt dan die der vorige soort; de grondkleur is grijsgeel in verschillende tinten, doch voor minstens de helft, soms belangrijk meer, overdekt met talrijke, regelmatig verspreide geelbruine tot licht kastanjebruine vlekjes; een verschil in groepeering om stompe en spitse pool is veelal weinig uitgesproken.

2 eieren. Batang Kwis. 12 December 1913. 28 X 22 m.M.

13 andere eieren, ten deele gevonden op 15 October 1913, hebben nog deze maten27 X 20, 27 X 21, 29 X 22, 30 X 21, 30 X 22 m.M.

23. Limnobaemis fuscus (L.).

a. 9- ad.. Perbaoengan. 18 December 1914.

24. Amaurornis phoenicura (Forsten). a. Medan. Augustus 1912. Vruchten en zaden. Mal.: roa-roa.

In de laagvlakte, in wat moerassige, maar ook in droge streken ver van moerassen, een der zeer algemeene vogels, die op de hoofdwegen ten allen tijde in vele exemplaren kan worden waargenomen; niet zeer schuw; beweegt zich vlug door de takken van het struikgewas, heeft een zeer luide stem, die den Maleischen naam veroorzaakt heeft.

Eieren varieeren nog al in grootte en in vorm en aantal der vlekken; de grondkleur lichtrose tot geelrose, vlekken voor het meerendeel licht paars-bruinrood, in een enkel geval naar het bruine overgaande; diep liggende vlekken grijs. Vlekken niet groot, vrij regelmatig over het

Sluiten