Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32. Ochthodromus mongolus (Pall.).

a. 9. Laboean. 13 October 1914.

33. Ochthodromus pyrrhotkorax (Gouïd). a—c. ^ en $. Belawan. 15 Oct. 1915.

Met zekerheid durf ik niet uitmaken of het hier genoemde 9 tot deze soort of tot O. mongolus behoort. In het algemeen zijn deze vormen in het winterkleed moeilijk van elkaar te onderscheiden.

34. Aegialitis alexandrina (L.).

a. Pantai Tjermin. 25 November 1912. 15 c.M

35. Numenius arquatus (Z.).

a. Belawan. 13 October 1915.

36. Numcnius phaeopus (L.).

a. cf. juv. Laboean. 18 October 1914.

37. Totanus calidris (L.).

a. cf- Belawan.

38. Tringoides hypoleucus (L.).

a—c. Alle van Medan. Augustus en September 1912. Twee exemplaren hadden resten van kevers en keverlarven in den maag.

Mal.: trinil.

De oeverlooper is zeer algemeen aan de oevers van rivieren en aan het strand; tot diep in het binnenland treft men hem aan.

39. Limonites ruficollis (Pall.).

a. $• Pantai Tjermin. 11 Januari 1914.

b. cf. » » » » »

c. cf. Belawan.

40. Ancylochilus subarquatus (Güldenst.).

a—c. cf en 2. Laboean. 13 October 1914.

d. e. cf en 9- Belawan.

41. Limicola platyrhyncha (Temm.).

a. 9- Belawan.

42. Gallinago stenura (Kuhl).

a. Medan. 3 October 1912. 24 c.M.

b. » 3

c. » 5

d. » 19 Mal.: blekek.

» 25 »

» 24 » ,1 worm. » 23V2 c.M.

Deze soort komt in het najaar in groote aantallen uit het Noorden en is dan gedurende eenige maanden zeer talrijk op sawahs en moerassige plaatsen. Wordt veel gejaagd en met netten gevangen.

43. Rostratula capensis (L.).

a. Medan. April 1912.

b. » 20 Juni 1912. Resten van kleine schelpen.

c. » 2 Juli 1912. Resten van kleine schilpen.

De goudsnip is plaatselijk op moerassige terreinen niet zeldzaam en daar zelfs broed vogel.

Sluiten