Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik acht het mijn plicht, hun allen, en m de eerste plaats den eerstgenoemien twee heeren, mun hartelijken dank te betuigen voor hun toegewijde medewerking, die voor de groote onderneming van veel waarde is geweest. Zij heeft mij in staat gesteld, graaf Brockdorff-Rantzau op 26 Maart mee te deelen, dat de verzameling in hoofdzaak klaar was en dadelijk ter zetterij kon worden gegeven. Wel moesten nog een aantal feiten worden vastgesteld — daar bijv. niet bü elk bescheid met zekerheid viel na te gaan, wanneer het was verzonden of ontvangen. Maar deze en dergelijke aanvullingen konden ook worden aangebracht, terwijl de kopie gezet werd. Het drukken mocht niet worden uitgesteld, als men

• nog vóór het begin der vredesonderhandelingen met het doorslaande bewijs wilde komen, dat de Duitsehe regeering, die deze onderhandelingen voerde, niet het minste gemeen had met de regeering. die den oorlog

I had verklaard.

~ De regeering had blijkbaar echter een andere op' vatting van de zaak. Zij stelde de uitgave uit en maaki te, inplaats van de bescheiden, het Witboek van Juni 1919 over het uitbreken van den oorlog openbaar, mt welke publicatie allerminst bleek, dat zij met de politiek van het ten val gebrachte regime voorgoed had Lgebroken.

Toen de kansen, dat de regeering vergunning to* publicatie der akten zou geven, steeds geringer werden kon ik mijn medewerkers, die andere, spoedeischende plichten hadden, niet meer b^eenhonden. Zn staakten in het begin van Mei hun arbeid, doch gaven mij de verzekering, dat zij die zouden hervatten, zoodra de regeering toestemming tot afdrukken gaf.

Dit liet echter nog zeer lang op zich wachten. In het midden van September werd ik over deze zaak eindelijk telefonisch opgescheld, niet door het mimstei rie van buitenlandsche zaken, doch door een dagblad, dat mij vroeg of 't waar was, dat de heeren Mendelssohn, Montgelas en Schücking de door mij verzamelde i documenten zouden uitgeven, en ik niet. Ik kon alleen antwoorden, dat mij daarvan niets bekend was. Ik heb het feit slechts uit de kranten vernomen. De regeering was werkelijk zoo illoyaal geweest, ! de uitgave van de door mij ondernomen en onder mijn ! leiding uitgevoerde verzameling bescheiden aan an! deren op te dragen, zonder mij daarvan ook maar te verwittigen. Welke reden zij had, mü te passeeren.

Sluiten