Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dr. Gooss tracht, aan de toerekenbaarheid van graaf Szögyeny twijfel te opperen. Op hetzelfde aambeeld hameren vier samenstellers van een memorie over de schuld aan het uitbreken van den oorlog in het witboek van Juni 1919, de professoren Hans Delbrück, Mendelssohn-Bartholdy, Max Weber en graaf Montgelas.

Wij zullen hier nog in een ander verband over komen te spreken, hier moge alleen opgemerkt worden^ d®t- de mededeelingen van den Oostenrijkschen ambassadeur te Berlijn volkomen overeenstemmen met datgene, wat wij over Wilhelm's toenmalige denkwijze weten, en wat al uit zijn kantteekenmgen op het rapport van Tschirschky van 30 Juni bljjkt. Het toeval wil, dat juist uit die dagen een getuigenis over Szögyeny's betrouwbaarheid in het rapporteeren aanwezig is. Op den 6den Juli beraadslaagde de graaf met Bethmann Hollweg. Deze rapporteerde daarover aan Tschirschky en tegelnk 'zond Szögyeny een rapport over hetzelfde onderhoud aan Berchtold. Daags daarop had Tschirschky gelegenheid om beide rapporten met elkaar te vergelijken. Hij seinde daarover aan het ministerie van buitenlandsche zaken op 7 Juli: „De rapporten van graaf Szögyeny kwamen volkomenovereenmetdeninhoud van het mn naar behooren overhandigde telegram van Uwe Excellentie van 6 dezer."

Zoo eenvoudig is het dus niet, dezen lastigen getuige moreel om te brengen.

Juist is, dat in die gesprekken Bethmann zich veel voorzichtiger uitdrukte dan zijn keizerlijke meester. Maar dat was dikwijls het geval.

Een omstandigheid is misschien met zonder Delang. Szögyeny meldt, dat Wilhelm voor de lunch zeer gesloten was geweest. Pas na de lunch had hn van zijn hart geen moordkuil gemaakt.

Over datgene wat de Keizer op 5 Juli na deze Despreking met zijn menschen behandelde, zijn.wij niet ingelicht. Maar men mag het witboek van Juni, hoe weinig vertrouwen het ook verdient, toch gelooven, dat de bedoeling, om een Europeeschen oorlog te ontketenen, toen niet bestond. Alleen verzwijgt het, dat men toen al den Oostenrijkers de vrne hand voor een oorlog tegen Servië gaf, op gevaar af, daarmee een oorlog met Busland mt te lokken.

Eigenlijk heeft de Duitsehe regeerang dat al in haar eerste witboek erkend, dat zij bri het begin van den oorlog openbaar maakte. Zij verklaarde toen: „Oostenrijk moest bij zichzelf zeggen, dat het nocli

Sluiten