Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had meegedeeld, den toestand zeer kalm en zon zeker tot het laatste toe volhouden. Graaf Tisza voegde hieraan toe, dat het onvoorwaardelijk partijkiezen van Duitschland voor de monarchie ongetwijfeld van groeten invloed was geweest op de krachtige houding van den keizer.

De tekst van de nota, die aan Servië zal worden gezonden, zal vandaag nog niet voor goed vastgesteld worden. Dit zal pas Zondag (19 Juli) gebeuren. Ten aanzien van het tijdstip der overhandiging aan Servië was vandaag besloten liever te wachten totdat Poincaré uit St. Petersburg vertrokken is, dus tot den 25on (hoe jammer! W.) Maar dan zou ook, dadelijk na afloop van den termijn, die aan Seryië gesteld wordt, indien dit land niet onvoorwaardelijk alle voorwaarden aanneemt, tot de mobilisatie overgegaan worden. De nota zal zoo gesteld zijn, dat de aanvaarding er van zoo goed als uitgesloten is (door Wilhelm tweemaal onderstreept K.) Het was er om te doen niet maar verzekeringen en beloften te eischen, maar daden. Bij het opsteKen van de nota moest men er naar zijn meendng ook aoht op slaan, dat zij voor de groote hoop — vooral in Engeland — begrijpelijk zou zijn en het onrecht helder en klaar op Servië zou schuiven.

Baron Conrad heeft bij het laatste onderhoud een zeer goeden indruk op hem gemaakt. Hij heeft rustig en zeer beslist gesproken. Men zal er binnenkort wel weer op kunnen rekenen, dat de menschen zich zullen beklagen, dat men hier besluiteloos is en aarzelt Dat doet er echter niet veel toe, als men te Berlijn maar weet, dat zulks niet het geval is.

Ten slotte heeft Tisza mij krachtig de hand gedrukt en gezegd: „Wij zullen nu eensgezind, kalm en rustig de toekomst tegemoet zien. (Ziezoo, eindelijk toch ook eens een man. W.)"

Men ziet hieruit, dat de meening, dat Wilhelm, het onschuldige slachtoffer van Berchtold's arglistigheid geweest zou zijn, vólkernen onhoudbaar is. De twee bondgenooten waren aan elkaar gewaagd.

En... zoo heer, zoo knecht

Den 18en Juli meldde de gezantschapsraad prins von Stolberg-Wernigerode, als plaatsvervanger van Tschirschky, die afwezig was, uit Weeucn aan von Jagow:

„Gisteren ben ik bij Berchtold gcwe«ist die mij gezegd heeft, dat de bewusto nota den 2Jien dezer te Belgrado zal worden overhandigd. Zoonis ik gisteren gemeld heb, hoopt Berchtold, dat de Oostenrijksche eischen, over wier bijzonderheden hij zich niet

Sluiten