Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•Jagow had goed praten. Hij had de verstoktheid van zqn Oostenrijksche vrienden beter behooren te kennen. Van vergoedingen wilde men te Weenen niets weten.

Zoo rapporteert Tschirschky op 20 Juli over een bespreking met Berchtold:

„Graaf Berchtold gaf als zijn meening te kennen, dat de vergoedingskwestie bij den huidigen stand van zaken in het geheel niet op het tapijt zou komen. Berchtold deelde voorts mede, dat in de bespreking van gisteren, vooral op aandrang van graaf Tisza — die er den nadruk op had gelegd, dat hij, noch eenige « andere Hongaarsche regeering van een versterking van het Slavische element door inlijving van Servische gebieden iets moest hebben — besloten was van elke duurzame inlijving van vreemd gebied af te zien. Zoodoende zal voor Italië elke steekhoudende reden, om vergoedingen te verlangen, vervaUen.

„Toen ik opmerkte» dat Italië wellicht reeds de verplettering van Servië en de daarmee gepaard gaande uitbreiding van den invloed der Monarchie op den Balkan als een benadeeling zijner positie zou aanmerken, en derhalve misschien vergoedingen zou verlangen, antwoordde de minister, dat dit standpunt in tegenspraak was met de herhaalde verklaringen van markies di San Giulano. dat Italië een sterk Oostenrijk wenschte."

Nadat de Oostenrijksche graaf deze diepe wijsheid ten beste had gegeven, sprak hij door over het natio^ naliteitsbeginsel, 't welk Italië zelf door zijn bezetting van Libye had verzaakt, en vervolgde toen:

„Men kan zich op het oogenblik te Rome geen vérstrekkende samenwerking tusschen Oostenrijk en Italië voorstellen, maar daar is ook volstrekt geen reden voor. Oostenrijk verlangt noch samenwerking, noch steun, doch slechts onthouding van vijandig optreden tegen den bondgenoot."

De energieke minister maakte zich trouwens over de Italianen niet bezorgd. Hij zeide:

„Ik maak mij geen Ulusies over de anti-Oostenrijksche en pro-Servische stemming van San Giuliano en de Italianen,.ik ben echter vast overtuigd dat Italië wegens redenen van militairen en b i n u e n la n d s ch-poli t iek en aard er nauwelijks aan kan denken, metterdaad in te gr ij pen. De heer von Merey (de Oostenrijksche gezant te Rome) denkt, en ik houd deze meening voor gegrond, dat het er San Giuliano in hoofdzaak om te doen is, Oostenrijk te

Sluiten