Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meepakken. W.). als Oostenrijk den Lowtsen in bezit neemt of bezet."

Jagow merkt bij dit telegram op, dat Bollati, de Italiaansche gezant te Berlijn, vergoedingen had verlangd, anders moest de Italiaansche politiek er op gericht zijn, Oostenrijk een uitbreiding van grondgebied te beletten. Wilhelm onderstreept het woord „vergoedingen" en voegt er aan toe: „Albanië." Aan het slot van het telegram-schrijft hij echter de klassieke opmerking: „Dat is louter klets; het zal in den loop der gebeurtenissen vanzelf wel terecht komen."

In het ministerie van buitenlandsche zaken en zelfs bij den generalen staf beoordeelde men intussohen Itahë's houding minder hoopvol en ook Wilhelm zelf begon, zoodra hij weer voet aan wal had gezet de dingen wat nuchterder te bekijken, vooral toen hij zag, welken indruk het antwoord van Servië maakte.

De Duitsehe regeering bleef er bij Oostenrijk op aandringen, Italië vergoedingen te waarborgen.

Flotow rapporteerde op 25 Juli uit Rome:

„Bij' mijn besprekingen van gister met den heer Salandra en markies di San Giulano, die herhaaldelijk op een scherpe woordenwisseling tusschen markies di San Giulano en mij uitliep, schenen zich aan Italiaanschen kant drie punten af te teekenen: le. vrees voor de openbare meening in Italië; 2e. het bewustzijn van militaire zwakte en 3e de wensch om er bij deze gelegenheid een voordeeltje voor Italië uit te kloppen, zoo mogelijk Trentino."

Daaromtrent merkt Bethmann Hollweg op:

„Z. M. acht het onvoorwaardelijk noodig, dat Oos- ' tenrijk zich tijdig met Italië over de vergoedingskwestie verstaat. Dat dient op uitdrukkelijk bevel van Z. M. den heer von Tschirschky te worden meegedeeld, opdat die het aan graaf Berchtold overbronga"

Flotow vervolgt in zijn rapport:

„De mogelijkheid, dat Italië zich onder omstandigheden ook tegen Oostenrijk zou kunnen keeren, sprak markies di San Giuliano niet rechtstreeks uit, zij werd

slechts in zinspelingen aangeduid Gelijk reeds is

gemeld, verdedigde markies di San Giuliano op grond van de inkleeding der Oostenrijksche nota met nadruk de stelling, dat het optreden van Oostenrijk tegen Servië agressief was, dat mitsdien *en eventneele inmenging van Busland en Frankrijk den oorlog niet tot een verdedigenden oorlog zouden maken, en dat er dus geen sprake kon zijn van den casus foederis. Ik heb dit standpunt reeds om taktische redenen krach-

Sluiten