Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"weifelende Italië met zich meetrok en Engeland vrees aanjoeg.

Twee tegengestelde neigingen streden zoodoende om de beslissing, welke van den Keizer, die zijn stuur kwijt was, afhing. Vandaar de tegenstrijdige verschijnselen vlak vóór het uitbreken Van den oorlog: aan den een en kant het aandringen bij Oostenrijk in de richting van den vrede en tegelijk de overhaasting van de mobilisatie en de oorlogsverklaringen.

Men heeft in deze tegenstoijdagheid een doortrapte trouweloosheid uit berekening gezien. Ik zie er slechts een gevolg in van de verwarring, die sedert Engeland's waarschuwing in de toongevende kringen van Duitschland ontstaan was, en die door de houding van Oostenrijk nog vermeerderde. De invloed, dien deze kostelijke bondgenoot oefende, mag niet vergeten worden. Hier geef ik eenige voorbeelden.

Hoe nader de oorlog dreigde te komen, van zooveel te meer gewicht werd het, Italië te winnen. Na den 29sten Juli schreef de rijkskanselier aan Jagow:

„Moet toch nog niet een telegram naar Weenen gezonden worden, waarin wij scherp verklaren, dat wij de wijze, waarop Weenen de compensatie-kwestie met Rome behandelt, als volstrekt onvoldoende beschouwen en die verantwoordelijkheid die daaruit voor dehouding van Italië in een eventueelen oorlog voortkomt, geheel en al op Weenen te schuiven? Als vlak voor een mogelijk Europeesch conflict Weenen bp die manier het drievoudig verbond uit elkaar dreigt te doen spatten, komt het geheele bondgenootschap op losse schroeven te staan. De verklaring van Weenen, dat het zich in geval van blijvende bezetting van deelen Servisch gebied met Italië zal verstaan, is bovendien in strijd met de verzekeringen, die het te St. Petersburg gedaan heeft nopens zijn territoriale belangeloosheid. De verklaringen, die het te Rome gedaan heeft, zullen stellig te St. Petersburg bekend worden. Een politiek met een dubbelen bodem kunnen wü als bondgenooten niet ondersteunen.

Ik acht dat noodig. Anders kunnen wij te St. Petersburg niet meer bemiddelend te werk gaan en raken wij heelemaal op sleeptouw van Weenen. Dat wil ik niet zelfs op gevaar af, dat ik van terugkrabbelen beschuldigd word. Indien er van uw kant geen bedenkingen zijn, verzoek ik, mij spoedig een telegram in dien geest voor te leggen."

De dringende waarschuwingen van dezen aard hebben hij de halsstarrige Weensche diplomaten niets gebaat. Berchtold bleef ontwijkende antwoorden geven,

Sluiten