Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hij werd nog overtroefd door den heer Merey, den fanatieken vijand van Italië, dien de Oostenrijksche staatswijsheid ambassadeur te Rome gemaakt had. Op 29 Juli schreef hij naar Weenen, dat, hoe tegemoetkomender Oostenrijk was, hoe aanmatigender en begeeriger Italië zou worden, en op 31 Juli bezwaarde hü zich, dat, tegen zijn raadgevingen in, graaf Berchtold onder pressie van de Duitsehe regeering Italië in de compensatie-kwestie reeds voor drievierden tegemoet was gekomen, wat natuurlijk overdreven was, want meer dan vage aanduidingen konden aan Berchtold niet ontlokt worden. Veeleer moest Jagow och over Merey beklagen, dat hij de instructies, die hrj ten aanzien van de compensatie-kwestie ontvangen had, niet uitvoerde. ...

Graaf Berchtold zelf rapporteerde in den ministerraad van 31 Juli dat hij:

„den k. en k. ambassadeur te Eome opdracht had gegeven, met vage frazes op de eischen tot compensatie te antwoorden en daarbij telkens weer nadrukkelijk te verklaren, dat het Weensche kabinet niet dacht aan gebiedsvergrooting. Als de monarchie echter gedwongen werd, een niet slechts tijdelijke bezetting uit te voeren, zou het nog altijd tijd zijn, de compensatiekwestie te behandelen." (Gooss, bldz. 305.)

Met deze achterbaksche politiek van voor-den-gekhouden ging Italië natuurlijk voor de centrale mogendheden verloren.

Veel belangrijker dan bondgenooten te winnen, was het intusschen, om uit het oorlogsgevaar zelf te geraken.

Met het oog op de mobilisaties was dit gevaar zoo groot geworden, dat de snelste weg om eraan te ontkomen, het eerst gekozen moest worden. Daar kon de rijkskanselier niet toe besluiten, waarschijnlijk omdat zijn meester tegen elke bemiddeling van vier en tegen het Haagsche hof van arbitrage was.

Nog op den avond van den 29sten Juli kwam het bekende telegram van den Tsaar aan, dat later zooveel opzien baarde, daar in het Duitsehe witboek dij het begin van den oorlog, dat aUs telegrammen van den Tsaar uit dien tijd openbaar maakte, juist dit .vergeten" werd. Het luidt:

„Dank voor je verzoeningsgezind en vriendelijk telegram. Daarentegen was de officieele mededeeling, die vandaag door jouw gezant aan mijn minister gedaan werd, in een heel anderen toon gesteld. Ik verzoek je, dit verschil te verklaren. (Nou, nou! W.) Het zou goed zijn, als men het Oostenrijksch-Servische

Sluiten