Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbeiders bezig houdt. „Is niet het werkelijke inkomen van een natie hetzelfde?" vraagt Ricardo. Wanneer het werkelijke nettoinkomen van een natie, grondrente en winst, hetzelfde blijft, dan doet het er ten slotte toch niets toe, of dit van 10 of van 12 millioen inwoners afkomstig is. Sismondi antwoordt daarop in zijn Nouveaux Principes d'Economie Politique, dat volgens hem dus het Engelsche volk er zich niets om zou behoeven te bekommeren, indien de geheele bevolking verdween en de koning (er was toen geen koningin) alleen midden op het eiland achterbleef, aangenomen dat een automatische machinerie hem mogelijk zou maken hetzelfde netto-inkomen te verkrijgen, dat nu door een bevolking van 20 millioen voortgebracht wordt. Het grammatikale wezen, dat „nationale rijkdom" heet, zou in dat geval inderdaad niets verliezen.

Ik heb reeds in een vroegeren brief een voorbeeld gegeven, hoe in het Schotsche hoogland het land „geruimd" wordt (Clearing of estates, Bauernlegen). Ik wil nu met een citaat uit den Galway Mercury aantoonen, hoe men in Ierland op dezelfde manier tot emigratie dwingt: „Uit het westen van Ierland trekken de menschen bij massa's weg. De grondbezitters van Connaught zijn stilzwijgend overeengekomen, alle kleine eigenaars met wortel en tak uit te roeien en zijn een formeelen verdelgingsoorlog tegen hen begonnen ... De meest hartverscheurende wreedheden worden dagelijks in deze provincie bedreven, waarvan het publiek niets gewaar wordt".

Het zijn echter niet alleen de verarmde bewoners van het Iersche smaragdeiland en de Schotsche Hooglanden, die door de agrarische verbeteringen en de „ineenstorting van het verouderde maatschappelijke systeem" weggevaagd worden. Het zijn niet slechts de krachtige landarbeiders van Engeland, Wales en Laag-Schotland, wier overtocht het Emigratiebureau heeft te betalen. Het rad van den vooruitgang grijpt nu ook een klasse aan, die tot dusverre de meest gezeten klasse van Engeland was. Een verrassende zucht tot emigreeren heeft zich van de Engelsche kleine pachters, in 't bizonder van degenen, die op zwaren kleigrond zitten, meester gemaakt. De slechte oogstuitzichten, het gebrek aan genoegzaam kapitaal, om de groote verbeteringen op hun gronden toe te passen, die hen in staat zouden stellen hun ouden pachtcijns te betalen, laten hun geen andere keuze dan den Oceaan over te trekken om zich een nieuw vaderland en nieuwen grond te zoeken. Ik spreek hier niet van de emigratie, die door den goudwaanzin

Sluiten