Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbrekend, de menschheid drijft tot een verkwisting van doode en levende productie-krachten als nimmer te voren 1 (den Wereldoorlog).

* •

De wereldoorlog heeft den klassenstrijd een wijdheid en heftigheid verleend in overeenstemming met zijn vreeselijke destructieve werking.

Er zullen weinigen zijn, die dit nog wagen te ontkennen na hetgeen sinds de Russische Revolutie van Maart 1917 en vooral sinds den wapenstilstand van November 1918 niet alleen Europa maar bijkans alle deelen der aarde, waar het kapitalistisch productiestelsel heerschte, hier feller, daar minder krachtig te aanschouwen hebben gegeven. De wereldoorlog, die de min of meer heftige worsteling binnen de grenzen der verschillende Staten scheen op te heffen en te vervangen door de opperste krachtsinspanning van geheele volken, waar de klasse-worsteling spoorloos scheen verdwenen, heeft in den loop van zijn ontwikkeling dien inwendigen strijd daar eerder, daar later weer zien ontvlammen. En thans, zooveel maanden na de ineenstorting van de Centrale militaire macht en nog vóór een vrede tot stand was gekomen, heeft die inwendige klasse-worsteling niet alleen in de overwonnen Staten, maar ook bij de overwinnaars en de „neutralen" reeds zulk een intensiteit bereikt, dat de mogelijkheid eener sociale Revolutie voor honderden millioenen menschen opdoemt, zij mogen haar begeeren of verafschuwen.

De verwoesting en verkwisting der doode en levende productiekrachten, van de dingen en de menschen, heeft, geheel zooals de aanhangers der theorie van het „Marxisme" het hadden voorzegd, he grondslagen der kapitalistische productie-wijze zoodanig geschokt dat zij ten deele ineenstortte, en elders wankelt.

Kan in zulk een tijdsgewricht nog een betoog „pro" den klassenstrijd noodig zijn?

Het heeft evenveel zin om over het bestaan van eruptiehaarden te discussieeren voor iemand, die pas op de hellingen van den Kloet getuige is geweest van de jongste uitbarsting.

Den klassenstrijd loochenen in een tijd als dien wij beleven, ons dunkt, daartoe behoort een meer dan gewone dosis intellectueele dikhuidigheid.

Hoogstens kan men, uit een soort \fen kinderachtigen afkeer

Sluiten