Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat eerst in die burgerlijke maatschappij, in tegenstelling tot alle vroegere, de uit oudere maatschappelijke formaties overgebleven juridisch-maatschappelijke ficties uit den weg worden geruimd. De politieke gelijkheid — de gelijkheid voor de wet, de gelijkheid in politieke rechten en plichten, — die de Fransche Revolutie, d.i. de burgerlijke Revolutie, doorvoerde, eerst nog slechts principieel, daarna op haar hoogtepunt, in de Constitutie van 1793, die nooit in werking is getreden, zeer ver doorgevoerd, ten slotte, na de lange perioden van eclips, reactie, revolutie en weer contrarevolutie, tot op belangrijke hoogte in de Constituties van alle moderne Staten tegen het einde der 19e eeuw, stelde weliswaar nieuwe ficties in plaats van de oude. Doch zij werkte niettemin als machtige kracht ter ontsluiering van de naakte maatschappelijke werkelijkheid. Zoolang de standen-maatschappij der 18e eeuw nog bestond, kon de gedachte, dat de „Derde Stand" in Frankrijk, de volksmassa, die onbeperkt geregeerd werd door de regenten in standen-republieken als die van de Ver. Nederlanden, uit zeer verschillende klassen bestond, — d.w.z. uit bevolkingsgroepen, wier rol in het productie-proces, (waaronder wij het geheel der maatschappelijke productie, dus natuurlijk evengoed de distributie en de consumptie verstaan) diametraal verschillend is — hoogstens een eenigszins duidelijken vorm aannemen in de hoofden der bevoorrechten uit dien stand.

Een Fransche „bourgeois" —- d. w. z. iemand, die behoorde tot de groep der van ouds in de steden en ten platte lande gevestigde families, die in de magistratuur, de rechterlijke macht enz. alle belangrijke functies bekleedden — was zich inderdaad reeds in de 18de eeuw en veel vroeger zeer wel bewust van het feit, dat hij door zijn rijkdom en machtspositie veel dichter stond bij een groot deel van Adel en Geestelijkheid, de eerste standen, dan bij het grootste deel van den Derden Stand, het arme of lage volk. Doch bij die volksmassa kon — het is een historisch vaststaand feit — het denkbeeld, dat haar economische en politieke belangen andere waren dan b.v. die van deze groote „bourgeoisie", in 't algemeen zelfs niet in de flauwste gedaante oprijzen vóór de instellingen der Standen-maatschappij door de Revolutie waren opgeruimd en vervangen door de ficties der politieke gelijkheid. Ficties, waarmee de bourgeoisie alleen in staat was geweest, zich van de politieke macht meester te maken.

Sluiten